B2 · Upper IntermediateLesson 1 of 3

Moeilijke gevallen van d, t en dt

Los lastige Nederlandse spellingvragen met d, t en dt op. Herken persoonsvormen, voltooid deelwoorden, inversie en veelvoorkomende homofonen.

By the flumi team About 13 min read 27 vocabulary wordsGrammar learning path: Spelling en interpunctie in complexe teksten

Aan het einde van een woord klinken d en t vaak hetzelfde. Daarom kun je vormen als gebeurt en gebeurd niet betrouwbaar op het gehoor schrijven. Bepaal eerst welke grammaticale functie de vorm heeft en pas daarna de spellingregel toe.

Begin met de persoonsvormproef

Verander de tijd of het onderwerp. Het werkwoord dat mee verandert, is de persoonsvorm.

  • Vandaag gebeurt er veel. → Gisteren gebeurde er veel.
  • Het is gisteren gebeurd. → Het was gisteren gebeurd.

In de eerste zin is gebeurt een persoonsvorm in de tegenwoordige tijd. In de tweede zin is gebeurd een voltooid deelwoord na is.

  1. Bepaal eerst met de tijdproef of de vorm een persoonsvorm is. Vervangen door een vorm van lopen kan helpen: loopt wijst op een persoonsvorm in de tegenwoordige tijd; gelopen op een voltooid deelwoord.
  2. Pas daarna de uitgangsregel toe. Bij regelmatige vormen in de tegenwoordige tijd gebruik je stam + t bij de tweede en derde persoon enkelvoud. De t-uitgang vervalt als jij/je het onderwerp is en na de persoonsvorm staat.

Stam plus t in de tegenwoordige tijd

Gebruik de stam bij ik en meestal stam + t bij jij/je, u, hij, zij en het.

Infinitief Stam ik hij/zij
worden word ik word zij wordt
antwoorden antwoord ik antwoord hij antwoordt
vinden vind ik vind zij vindt
houden houd ik houd hij houdt

De combinatie dt ontstaat dus gewoon wanneer een stam op d eindigt en er een t-uitgang bij komt.

Eindigt de stam al op t, dan schrijf je in de tegenwoordige tijd geen extra t: praten → stam praat → hij praat; zetten → stam zet → hij zet. Je schrijft dus nooit hij praatt of hij zett.

Inversie met jij of je

Staat jij of je direct na de persoonsvorm, dan vervalt de t-uitgang.

  • Jij wordt morgen gebeld. → Word jij morgen gebeld?
  • Je vindt dit belangrijk. → Vind je dit belangrijk?
  • Jij antwoordt snel. → Antwoord jij altijd zo snel?

Dit geldt ook bij vooropplaatsing: Morgen word jij gebeld, maar Jij wordt morgen gebeld. Alleen in de eerste zin volgt jij direct op de persoonsvorm.

Bij u blijft de t normaal staan: Wordt u morgen gebeld? Ook bij een ander onderwerp blijft hij staan: Vindt je broer dit belangrijk? Hier is je bezittelijk en is je broer het onderwerp.

Vergelijk Word lid zonder onderwerp met Wordt u lid? als vraag en Wordt u lid. als beleefde aansporing: in beide zinnen met u als onderwerp blijft de t staan.

Kijk niet alleen naar het woord je na de persoonsvorm. Vraag wie of wat het onderwerp is: Word je lid? maar Wordt je lidmaatschap verlengd?

Voltooid deelwoord: d of t

Bij zwakke werkwoorden bepaalt de medeklinker vóór -en in de infinitief of het voltooid deelwoord op -d of -t eindigt. Gebruik daarvoor ’t ex-kofschip: staat die medeklinker in t, k, f, s, ch, p, x, dan schrijf je -t; anders -d.

  • werken → vóór -en staat k → gewerkt
  • missen → vóór -en staat s → gemist
  • verhuizen → vóór -en staat z → verhuisd
  • gebeuren → vóór -en staat r → gebeurd
  • faxen → vóór -en staat x → gefaxt

Kijk naar de medeklinker vóór -en in de infinitief. Bij verhuizen is de stam verhuis; de z in verhuizen laat zien dat dit geen kofschip-medeklinker is.

Eindigt de stam zelf al op d of t, dan voeg je bij het voltooid deelwoord geen tweede d of t toe: antwoorden → geantwoord (nooit geantwoordt), praten → gepraat. Vergelijk veranderen → veranderd: de stam verander krijgt wel een d. Een voltooid deelwoord eindigt nooit op -dt.

Engelse leenwerkwoorden

Engelse leenwerkwoorden krijgen Nederlandse uitgangen, maar behouden vaak de Engelse spelling van de stam. Voor -te en -t tegenover -de en -d kijk je naar de uitspraak van de laatste stamklank vóór de uitgang -en. Een stemloze eindklank uit ’t ex-kofschip geeft -te en -t; anders krijg je -de en -d. Kijk dus niet alleen naar de laatste geschreven letter.

Infinitief Stam Tegenwoordige tijd Verleden tijd Voltooid deelwoord
downloaden download hij downloadt hij downloadde gedownload
deleten delete hij deletet hij deletete gedeletet
faxen fax hij faxt hij faxte gefaxt

Bij downloaden hoor je vóór -en een d-klank: je kiest -de en -d, maar schrijft in het deelwoord geen tweede d. Bij deleten eindigt de uitgesproken stam op een t-klank: je kiest -te en -t. De geschreven stam delete behoudt de stomme e; daarom schrijf je deletet en gedeletet met een t na die e. Bij faxen staat de x voor de klanken ks; de laatste klank is stemloos, dus je schrijft faxte en gefaxt.

Sterke en zwakke deelwoorden

Pas ’t ex-kofschip alleen toe op zwakke werkwoorden. Sterke werkwoorden hebben een voltooid deelwoord op -en, vaak met een andere klinker: vinden → gevonden, schrijven → geschreven, worden → geworden. Leer die vormen bij het werkwoord.

Vergelijk hij vindt met hij heeft gevonden, en hij antwoordt met hij heeft geantwoord. De tegenwoordige tijd heeft in beide gevallen dt, maar het sterke deelwoord eindigt op -en en het zwakke op -d.

Verleden tijd: -de of -te

Bij zwakke werkwoorden gebruik je dezelfde controle voor de verleden tijd. Staat de medeklinker vóór -en in de infinitief in ’t ex-kofschip, dan voeg je -te aan de stam toe; anders -de. Bij Engelse leenwerkwoorden volg je de eindklank zoals hierboven beschreven.

Infinitief Tegenwoordige tijd Verleden tijd
antwoorden hij antwoordt hij antwoordde
veranderen hij verandert hij veranderde
werken hij werkt hij werkte
verhuizen hij verhuist hij verhuisde
praten hij praat hij praatte
zetten hij zet hij zette
wachten hij wacht hij wachtte

De laatste medeklinker van de stam blijft staan en de uitgang komt erbij: antwoord + de, praat + te, zet + te, wacht + te. Zo ontstaan dd en tt. Anders dan bij het voltooid deelwoord schrijf je hier dus wel twee dezelfde medeklinkers: hij praatte tegenover hij heeft gepraat.

Quick check

Try one question now.

1
Vandaag er veel in het gebouw. Het is gisteren ook al .

Check your answer when you are ready. No sign-in needed.

Misleidende paren

Veel fouten ontstaan doordat een persoonsvorm en een voltooid deelwoord hetzelfde klinken.

Persoonsvorm Voltooid deelwoord Contrast
Het gebeurt nu. Het is gebeurd. tijdproef: gisteren gebeurde; gebeurd staat na is
Zij bedoelt dit. Dit is zo bedoeld. tijdproef: zij bedoelde; bedoeld staat na is
Hij betaalt vandaag. Alles is betaald. tijdproef: hij betaalde; betaald staat na is
De situatie verandert. De situatie is veranderd. tijdproef: de situatie veranderde; veranderd staat na is

Een voltooid deelwoord kan ook als bijvoeglijk woord gebruikt worden: de betaalde rekening, een veranderd plan. De spelling van het deelwoord blijft het vertrekpunt.

Gevorderde contrasten

Persoonsvorm, verleden tijd en deelwoord

Vorm Voorbeeld
ik-vorm Ik vermeld de bron. / Ik beantwoord de vraag.
tegenwoordige tijd Hij vermeldt de bron. / Hij beantwoordt de vraag.
verleden tijd Hij vermeldde de bron.

In een bijzin helpt de hulpwerkwoordproef: Ik zie dat het bedrag wordt overgemaakt bevat een persoonsvorm. In Ik zie dat het bedrag is overgemaakt is overgemaakt een voltooid deelwoord.

Let ook op de verbuiging: het veranderde plan heeft een deelwoord vóór een zelfstandig naamwoord; het plan is veranderd heeft een deelwoord na is.

Bij een stam op d of t kan de verleden tijd een dubbele medeklinker hebben, terwijl het bijvoeglijk gebruikte deelwoord er maar één heeft. De verleden tijd bestaat uit stam + de/te. Voor de bijvoeglijke vorm neem je het deelwoord en voeg je zo nodig -e toe, met de gewone spellingregels voor open en gesloten lettergrepen.

Verleden tijd Voltooid deelwoord Bijvoeglijk gebruikt deelwoord
Hij vergrootte de foto. Hij heeft de foto vergroot. de vergrote foto
Men verbreedde de weg. Men heeft de weg verbreed. de verbrede weg
Hij veranderde het plan. Hij heeft het plan veranderd. het veranderde plan

Bij vergroot + te en verbreed + de blijven beide medeklinkers staan. Bij vergroot + e en verbreed + e is er geen extra t of d; bovendien wordt oo tot o en ee tot e in de open lettergreep: vergrote, verbrede. Niet elk bijvoeglijk gebruikt deelwoord heeft een enkele medeklinker: de geredde hond behoudt dd om de korte e-klank weer te geven.

Gebeurde is geen voorbeeld van het contrast tussen een dubbele en een enkele medeklinker: in het gebeurde gisteren is het een verleden tijd met één d, omdat de stam gebeur op r eindigt. Ook in het gebeurde ongeluk heeft de bijvoeglijke vorm één d. Net als bij veranderde moet je hier de functie uit de zin afleiden.

Zelfstandig naamwoord of persoonsvorm?

Ook een zelfstandig naamwoord kan hetzelfde klinken als een persoonsvorm. De tijdproef maakt het verschil zichtbaar.

Zelfstandig naamwoord Persoonsvorm Tijdproef
Het antwoord is duidelijk. Hij antwoordt duidelijk. Het antwoord was duidelijk. / Hij antwoordde duidelijk.
Het woord is lang. Hij wordt ongeduldig. Het woord was lang. / Hij werd ongeduldig.

Het zelfstandig naamwoord blijft bij de tijdproef gelijk. Alleen de persoonsvorm verandert; voeg dus niet op grond van de klank een t aan antwoord of woord toe.

Samengestelde en scheidbare werkwoorden

Een langer werkwoord volgt dezelfde regels. Bij beantwoorden eindigt de stam beantwoord op d: hij beantwoordt, hij beantwoordde, hij heeft beantwoord.

Bij een scheidbaar werkwoord kan het eerste deel los staan. Bepaal de stam van het hele werkwoord en controleer de vorm die in de zin staat.

Infinitief Tegenwoordige tijd Voltooid deelwoord Gebiedende wijs
aanmelden Hij meldt zich aan. Hij heeft zich aangemeld. Meld je aan.
aankondigen Hij kondigt de wijziging aan. Hij heeft de wijziging aangekondigd. Kondig de wijziging aan.

Bij aanmelden eindigt de stam aanmeld op d: de persoonsvorm krijgt dt, het deelwoord alleen d. Bij aankondigen eindigt de stam aankondig op g: de persoonsvorm krijgt t en het deelwoord d. Het deel ge staat in deze deelwoorden tussen de twee delen van het werkwoord.

Gebiedende wijs en vragen

De gebiedende wijs gebruikt doorgaans alleen de stam.

  • Word lid van onze vereniging.
  • Antwoord vóór vrijdag.
  • Houd de deur gesloten.

Bij een beleefde aansporing met u als onderwerp gebruik je de persoonsvorm met -t: Houdt u de deur gesloten. / Wordt u lid van onze vereniging. Deze zinnen hebben de functie van een gebiedende wijs, maar bevatten een persoonsvorm bij u. Zonder dat onderwerp schrijf je Houd en Word.

Vergelijk dit met een vraag: Wordt hij lid? Daar is wordt een persoonsvorm bij hij en krijgt de stam wel een t.

Een vaste beslisroute

  1. Zoek het hele werkwoord en de mogelijke stam.
  2. Bepaal of de twijfelvorm de persoonsvorm is.
  3. Is het een persoonsvorm? Zoek het onderwerp en controleer tijd en inversie.
  4. Is het een voltooid deelwoord? Bepaal of het werkwoord sterk of zwak is. Gebruik bij een zwak werkwoord de medeklinker vóór -en in de infinitief en ’t ex-kofschip; let bij Engelse leenwerkwoorden op de uitgesproken eindklank. Voeg aan een stam op d of t geen tweede d of t toe. Gebruik bij een sterk werkwoord de geleerde deelwoordvorm op -en.
  5. Is het een bijvoeglijke vorm? Begin bij het juiste deelwoord en pas daarna de verbuiging toe.
  6. Controleer je keuze door onderwerp of tijd te veranderen.

De wijziging is gisteren aangekondig__.

Na is staat hier een voltooid deelwoord. Aankondigen is een zwak werkwoord; vóór -en staat g, en die staat niet in ’t ex-kofschip. De stam is aankondig. Met ge tussen aan en kondig en de uitgang d krijg je aangekondigd.

Samenvatting

  • Bepaal eerst of je met een persoonsvorm of voltooid deelwoord te maken hebt.
  • Bij een stam op d geeft stam + t de zichtbare combinatie dt.
  • Inversie met jij/je laat de t vervallen, maar bij u en andere onderwerpen niet.
  • Gebruik de medeklinker vóór -en in de infinitief en ’t ex-kofschip voor de uitgang van een zwak voltooid deelwoord; let bij Engelse leenwerkwoorden op de uitgesproken eindklank. Een voltooid deelwoord eindigt nooit op -dt.
  • Vertrouw bij homofonen niet op je gehoor; gebruik de grammaticale functie.

You reached the end

You reached the end

Now make it stick.

Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.

Practice exercises

Was this lesson helpful?

Vocabulary in this lesson

27 words, ready to study.

Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.

Save any of these 27 words and review them later.

Kernwoorden bij Moeilijke gevallen van d, t en dt

27 words

Last updated October 11, 2026