Natuurlijk geslacht bij personen en dieren
Leer natuurlijk geslacht bij personen en dieren onderscheiden van de- en het-woorden en kies passende voornaamwoorden zoals hij, zij en het.
Het natuurlijke geslacht vertelt of een persoon of een dier mannelijk of vrouwelijk is. Het grammaticale geslacht hoort bij een zelfstandig naamwoord en bepaalt onder meer de keuze tussen de en het.
Na deze les kun je:
- natuurlijk en grammaticaal geslacht onderscheiden;
- met hij, zij en het naar personen en dieren verwijzen;
- zijn en haar passend gebruiken.
Natuurlijk en grammaticaal geslacht
Het grammaticale geslacht hoort bij het woord. Het natuurlijke geslacht hoort bij de persoon of het dier. Die twee hoeven niet gelijk te zijn.
| Woord | Lidwoord | Natuurlijk geslacht | Verwijzing |
|---|---|---|---|
| de man | de | mannelijk | hij, hem, zijn |
| de vrouw | de | vrouwelijk | zij, haar, haar |
| het meisje | het | vrouwelijk | zij, haar, haar |
| het jongetje | het | mannelijk | hij, hem, zijn |
| het kind | het | afhankelijk van het kind | hij of zij / het |
Het meisje is dus grammaticaal een het-woord, maar je verwijst naar de persoon meestal met zij en haar.
Bij het kind gebruik je hij en hem of zij en haar, afhankelijk van het kind. Je kunt het gebruiken als je het geslacht niet weet: ‘Het kind slaapt. Het is moe.’
Het meisje heet Sara. Ze woont in Utrecht en dit is haar fiets.
Het jongetje heet Tim. Hij zoekt zijn jas en zijn moeder helpt hem.
Verwijzen naar personen
Bij een bekende persoon kies je het voornaamwoord dat bij die persoon past, niet het voornaamwoord dat bij het lidwoord lijkt te horen.
| Functie | Mannelijk | Vrouwelijk |
|---|---|---|
| onderwerp | hij | zij / ze |
| na een werkwoord of voorzetsel | hem: Ik zie hem. Ik praat met hem. | haar: Ik zie haar. Ik praat met haar. |
| bezit | zijn | haar |
Ik zie de buurvrouw. Ik zie haar.
In gesproken Nederlands hoor je vaak korte vormen zonder nadruk: ze voor zij (‘Ze woont hier’), 'r voor haar (‘Ik zie 'r’) en 'm voor hem (‘Ik zie 'm’).
In Belgisch-Nederlands hoor je ook ze voor één vrouw: ‘Ik zie de buurvrouw. Ik zie ze.’ In Nederlands-Nederlands gebruik je hier gewoonlijk haar of 'r; Ik zie ze verwijst daar meestal naar meer personen of dingen.
- Ik zie de buurman. Ik groet hem.
- Ik spreek de buurvrouw. Ik geef haar de sleutel.
- De vader pakt zijn tas.
- De moeder pakt haar tas.
Sommige woorden voor personen, zoals namen van beroepen, kunnen iedereen aanduiden: de docent, de arts en de collega. Kies dan het voornaamwoord van de persoon over wie je spreekt.
Niet iedereen gebruikt hij of zij. Als iemand andere voornaamwoorden gebruikt, neem je die keuze over. Vraag ernaar als dat nodig is.
Mannelijke en vrouwelijke diernamen
Sommige diernamen noemen duidelijk een mannelijk of vrouwelijk dier.
| Mannelijk dier | Verwijzing | Vrouwelijk dier | Verwijzing |
|---|---|---|---|
| de haan | hij, zijn | de kip | zij, haar |
| de stier | hij, zijn | de koe | zij, haar |
| de hengst | hij, zijn | de merrie | zij, haar |
Kip kan het vrouwtje aanduiden, zoals in de tabel, maar ook het dier in het algemeen.
De haan loopt over het erf. Hij zoekt zijn voer.
De koe staat in de wei. Ze eet gras en haar kalf staat dichtbij.
Quick check
Try one question now.
Check your answer when you are ready. No sign-in needed.
Diernamen zonder vast natuurlijk geslacht
Woorden zoals de hond, de kat en het paard kunnen een mannelijk of een vrouwelijk dier aanduiden. Ken je het dier en weet je het geslacht? Dan kun je daarnaar verwijzen.
- Onze hond Max is oud. Hij slaapt veel in zijn mand.
- Onze hond Luna is jong. Ze speelt graag met haar bal.
- Het paard Rosa is rustig. Ze staat in haar stal.
Is het natuurlijke geslacht onbekend of niet belangrijk, dan kun je het grammaticale geslacht volgen. Bij het paard past dan het. Bij veel de-woorden voor dieren, zoals de hond, is hij een gebruikelijke algemene verwijzing.
Het paard staat in de wei. Het eet gras.
Bij een huisdier met een naam is het natuurlijke geslacht meestal belangrijk. Gebruik dan hij/zijn of zij/haar, ook als het dier een het-woord is.
Samen in een verhaal
Lees het verhaal. Kijk bij elk vet woord naar welk dier het verwijst.
Ik wandel met onze honden Max en Luna langs een wei. Max is een mannetje. Hij draagt zijn bal in zijn bek. Luna is een vrouwtje. Ze blijft even staan: haar poot doet pijn. In de wei staat een paard. Ik weet niet of het een mannetje of een vrouwtje is. Het kijkt naar onze honden. We lopen rustig verder naar huis.
Verkleinwoorden blijven het-woorden
Elk verkleinwoord is grammaticaal een het-woord. Het natuurlijke geslacht verandert daardoor niet.
| Gewoon woord | Verkleinwoord | Voornaamwoord bij bekende sekse |
|---|---|---|
| de vrouw | het vrouwtje | zij |
| de man | het mannetje | hij |
| de kat | het katje | hij of zij |
| de hond | het hondje | hij of zij |
Bij volwassen mensen klinken vrouwtje en mannetje niet aardig. Gebruik voor volwassenen gewoon de vrouw en de man.
Bij dieren zijn het mannetje en het vrouwtje juist gewone woorden voor een mannelijk en een vrouwelijk dier. Bijvoorbeeld: het vrouwtje van de eend.
Voorkom deze verwarring
Kies in deze volgorde:
- Gaat het om een persoon of een bekend dier? Kijk naar het natuurlijke geslacht en de gekozen voornaamwoorden.
- Is het natuurlijke geslacht van een dier onbekend? Kijk dan naar het grammaticale geslacht van de diernaam. Ook bij het kind kun je het gebruiken als je het geslacht niet weet.
- Kies voor bezit zijn bij een mannelijke verwijzing en haar bij een vrouwelijke verwijzing.
Bij een meisje kies je zij en haar.
✓ Het meisje zegt dat ze haar jas zoekt.
✗ Het meisje zegt dat het zijn jas zoekt.
Onthoud het verschil: de/het hoort bij het woord; hij/zij kan het natuurlijke geslacht van de persoon of het dier laten zien.
You reached the end
You reached the endNow make it stick.
Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.
Was this lesson helpful?
Vocabulary in this lesson
35 words, ready to study.
Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.
Save any of these 35 words and review them later.
Personen en familie bij natuurlijke verwijzing
35 wordsLast updated October 11, 2026