Onregelmatige trappen vanΒ vergelijking
Leer onregelmatige Nederlandse vergelijkingsvormen zoals beter, meer, minder en liever, en gebruik ze correct met dan en de overtreffende trap.
Veel bijvoeglijke naamwoorden krijgen -er en -st: klein β kleiner β kleinst. Een paar veelgebruikte woorden hebben een andere stam: goed β beter β best.
Na deze les kun je:
- belangrijke onregelmatige vergelijkingsvormen herkennen;
- beter, meer, minder en liever in een vergelijking gebruiken;
- de bijbehorende overtreffende vormen correct plaatsen.
Goed, beter, best
De vergrotende trap van goed is beter. De overtreffende trap is best.
- Deze stoel is goed.
- Die stoel is beter dan deze.
- De blauwe stoel is het beste.
Als je zegt hoe goed iets is, kun je het beste gebruiken: De blauwe stoel is het beste. Bij een handeling is het best gebruikelijk: Zij zingt het best. Het beste komt ook voor en is eveneens correct: Zij zingt het beste. Voor een zelfstandig naamwoord krijgt de vorm meestal een -e: een betere stoel en de beste stoel.
| Gebruik | Voorbeeld |
|---|---|
| bij een de-woord | Dit is de beste oplossing. |
| bij een het-woord | Dat is het beste plan. |
| zonder zelfstandig naamwoord | Deze oplossing werkt het best. |
Gebruik niet goeder of goedst voor een gewone vergelijking. De standaardvormen zijn beter en best.
Veel, meer, meest
Meer vergelijkt hoeveelheden. Meest noemt de grootste hoeveelheid.
- Noor leest veel boeken.
- Amir leest meer boeken dan Noor.
- Sara leest de meeste boeken van de groep.
Ook lange bijvoeglijke naamwoorden krijgen meestal -er en -st: interessant β interessanter β interessantst en gemakkelijk β gemakkelijker β gemakkelijkst. Bij woorden op -isch of -s gebruik je in de overtreffende trap vaak meest: praktisch β praktischer β het meest praktisch. Voor een zelfstandig naamwoord: de meest praktische oplossing. Ook bij voltooide deelwoorden komt meer of meest voor: meer verrast β het meest verrast. Op A2 zie je meer en meest vooral bij hoeveelheden: meer tijd, meer mensen, het meeste werk.
Let op het lidwoord en de -e:
- de meeste bezoekers
- het meeste water
- Ik heb het meest geoefend.
Weinig, minder, minst
Minder vergelijkt een kleine hoeveelheid. Minst noemt de kleinste hoeveelheid.
- Ik drink weinig koffie.
- Mijn zus drinkt minder koffie dan ik.
- Mijn vader drinkt het minst.
- Dit apparaat gebruikt de minste energie.
Minder kan ook vΓ³Γ³r een bijvoeglijk naamwoord staan: Deze route is minder druk. Dat betekent ongeveer: Deze route is rustiger. Drukker zegt juist het omgekeerde.
Drie collega's reizen anders. Noor werkt vier dagen op kantoor, Amir twee dagen en Sara één dag. Noor is het meest op kantoor, Amir minder dan Noor en Sara het minst.
Graag, liever, liefst
Graag is geen bijvoeglijk naamwoord, maar het heeft wel drie vaste vergelijkingsvormen.
| Basis | Vergroting | Hoogste voorkeur |
|---|---|---|
| graag | liever | liefst / het liefst |
- Ik drink graag thee.
- Ik drink liever thee dan koffie.
- 's Avonds drink ik het liefst muntthee.
Je kunt liefst ook zonder het gebruiken om een voorkeur uit te drukken: Ik kom liefst voor twaalf uur. Met het kan ook: Ik kom het liefst voor twaalf uur. De betekenis blijft hetzelfde.
Met liever druk je een voorkeur uit. Gebruik vaak dan om twee mogelijkheden te vergelijken: Ga je liever met de bus dan met de fiets?
Een beleefd verzoek met graag is geen vergelijking: Ik wil graag een afspraak maken.
Quick check
Try one question now.
Check your answer when you are ready. No sign-in needed.
Ver, verder, verst
Bij afstand gebruik je vaak ver β verder β verst.
- Het station is ver.
- Het ziekenhuis is verder dan het station.
- Van deze drie plekken ligt de camping het verst weg.
- Bijwoordelijk: ver weg β verder weg β het verst weg.
Verder heeft ook andere betekenissen: Ga verder met de oefening en Verder heb ik geen vragen. In die zinnen vergelijk je geen afstand.
Voor dichtbij zijn de vormen dichterbij en het dichtstbij of het dichtst bij: De apotheek is dichterbij dan de supermarkt. De overtreffende trap gebruik je bijvoorbeeld in: Welke apotheek is het dichtstbij?
Vergelijken met dan
Na een vergrotende trap staat meestal dan.
- Deze uitleg is beter dan de vorige.
- We hebben meer tijd dan gisteren.
- Zij maakt minder fouten dan vorige week.
- Ik blijf liever thuis dan dat ik door de regen fiets.
Bij gelijkheid gebruik je even ... als: Deze route is even goed als de andere. Dat is geen onregelmatige trap, maar het contrast helpt bij de keuze.
Na een vergrotende trap gebruik je dan, niet als.
β Deze uitleg is beter dan de vorige.
β Deze uitleg is beter als de vorige.
De overtreffende trap plaatsen
Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je vaak de overtreffende trap + -e: de beste bakker, het minste lawaai en de kleinste kamer. Bij een handeling gebruik je vaak het + vorm op -st: Zij zingt het best en Hij reist het liefst met de trein.
Controleer je zin:
- Vergelijk je twee zaken? Kies beter, meer, minder, liever of verder met vaak dan.
- Noem je het hoogste of laagste punt? Kies best, meest, minst, liefst of verst.
- Staat er een zelfstandig naamwoord achter? Gebruik dan waar nodig beste, meeste of minste.
De kernvormen om als groep te leren zijn: goed β beter β best, veel β meer β meest, weinig β minder β minst en graag β liever β liefst.
You reached the end
You reached the endNow make it stick.
Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.
Was this lesson helpful?
Vocabulary in this lesson
18 words, ready to study.
Play a word to hear it, then mark it as known β or save it to study later.
Save any of these 18 words and review them later.
Situaties voor onregelmatige vergelijkingen
18 wordsLast updated October 11, 2026