A1 · BeginnerLesson 2 of 2

Rangtelwoorden en datums

Leer rangtelwoorden zoals eerste en twintigste gebruiken en schrijf en lees datums correct met de dag, de maand en het jaar in de juiste volgorde.

By the flumi team About 5 min read 42 vocabulary wordsGrammar learning path: Getallen, volgorde en datums

Een rangtelwoord geeft een plaats in een volgorde aan: de eerste, de tweede of de tiende. Je gebruikt rangtelwoorden bijvoorbeeld voor een verdieping of een wedstrijd. Voor een datum gebruik je meestal een gewoon getal.

Na deze les kun je:

  • veelgebruikte rangtelwoorden herkennen en vormen;
  • een Nederlandse datum lezen en schrijven;
  • de dag, de maand en het jaar in de juiste volgorde zetten.

Van de eerste tot de tiende

De eerste rangtelwoorden hebben een eigen vorm. Leer deze woorden goed.

Getal Rangtelwoord Voorbeeld
1 eerste de eerste dag
2 tweede de tweede stoel
3 derde de derde vraag
4 vierde de vierde kamer
5 vijfde de vijfde leerling
6 zesde de zesde straat
7 zevende de zevende foto
8 achtste de achtste bladzijde
9 negende de negende bus
10 tiende de tiende oefening

Voor een rangtelwoord staat vaak de of het: de eerste dag, het tweede huis. Na een bezittelijk woord gebruik je geen lidwoord: mijn derde les.

Mila woont op de vierde verdieping.

Sam eindigt als de tweede in de wedstrijd.

Dit is mijn eerste week op school.

Rangtelwoorden met -de en -ste

Veel rangtelwoorden eindigen op -de of -ste.

Cijfer Rangtelwoord
11 elfde
12 twaalfde
15 vijftiende
19 negentiende
20 twintigste
21 eenentwintigste
100 honderdste

Van tweede tot en met negentiende gebruik je meestal -de. Achtste is een uitzondering. Vanaf twintig gebruik je meestal -ste: twintigste, eenentwintigste, dertigste.

Leer de bijzondere vormen eerste, derde en achtste goed. Schrijf een rangtelwoord met cijfers als 1e, 2e of 20e. Er staat geen apostrof voor de e.

De dagen en de maanden

De namen van de dagen en de maanden krijgen in het Nederlands geen hoofdletter.

Dagen van de week
maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag, zondag
Januari–juni Juli–december
januari juli
februari augustus
maart september
april oktober
mei november
juni december

Schrijf maandag 8 september, niet Maandag 8 September. Alleen aan het begin van een zin krijgt het eerste woord een hoofdletter.

Quick check

Try one question now.

1
Vandaag begin ik met mijn nieuwe baan. Dit is mijn werkdag.

Check your answer when you are ready. No sign-in needed.

Een datum schrijven en lezen

In een uitgeschreven datum staat eerst de dag, dan de maand en daarna het jaar.

8 september 2026

Je leest dit als acht september tweeduizend zesentwintig. Gebruik geen komma tussen de maand en het jaar.

Met alleen cijfers kun je dezelfde datum zo schrijven:

08-09-2026

De volgorde blijft dag-maand-jaar. Een nul voor de dag of de maand maakt elke datum even lang, maar 8-9-2026 is ook begrijpelijk.

De afspraak is op 14 april 2027.

De cursus begint op 03-02-2028: 3 februari 2028.

Mijn verjaardag is op 21 november.

Een datum is meestal geen rangtelwoord

Je schrijft 3 mei en zegt meestal drie mei. Je zegt dus niet de derde mei als je alleen de datum noemt.

Gebruik een rangtelwoord wel voor een plaats in een reeks:

  • de derde verdieping;
  • de eenentwintigste eeuw;
  • de vijfde les.

Gebruik op bij een dag of een datum, en in bij een maand of een jaar:

  • op maandag;
  • op 12 maart;
  • in april;
  • in 2026.

Kort overzicht

Je wilt noemen... Vorm Voorbeeld
een plaats rangtelwoord de zevende stoel
een datum in woorden dag + maand + jaar 5 oktober 2026
een datum in cijfers dag-maand-jaar 05-10-2026

Controleer een datum van links naar rechts: eerst de dag, dan de maand en ten slotte het jaar. Bij 06-11-2026 is 06 de dag en 11 de maand: 6 november 2026.

You reached the end

You reached the end

Now make it stick.

Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.

Practice exercises

Was this lesson helpful?

Vocabulary in this lesson

42 words, ready to study.

Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.

Save any of these 42 words and review them later.

Woorden voor volgorde en datums

42 words

Last updated October 11, 2026