Verkleinwoorden op -je, -tje, -pje, -etje enΒ -kje
Leer Nederlandse verkleinwoorden vormen met -je, -tje, -pje, -etje en -kje, kies zelf de passende uitgang en gebruik altijd het als lidwoord.
Een verkleinwoord is een zelfstandig naamwoord met een uitgang zoals -je of -tje. Het kan aangeven dat iets klein is, maar ook dat iets prettig, vertrouwd of minder zwaar klinkt.
Na deze les kun je:
- veelvoorkomende verkleinwoorden herkennen;
- kiezen tussen -je, -tje, -pje, -etje en -kje;
- het juiste lidwoord bij een verkleinwoord gebruiken.
Wat betekent een verkleinwoord?
Een verkleinwoord kan verschillende betekenissen hebben.
| Betekenis | Gewoon woord | Verkleinwoord |
|---|---|---|
| klein formaat | de tafel | het tafeltje |
| jong of klein dier | de hond | het hondje |
| vriendelijk of vertrouwd | de vraag | het vraagje |
| een portie | het ijs | het ijsje |
Soms is iets niet echt klein. In We drinken een kopje koffie is het kopje een normale kop. De verkleinvorm hoort gewoon bij de vaste combinatie.
Op de tafel ligt een briefje.
Het kind krijgt een ijsje.
We maken vanavond een wandelingetje.
Alle verkleinwoorden zijn het-woorden
Het oorspronkelijke woord kan een de-woord of een het-woord zijn. Het verkleinwoord is altijd een het-woord.
| Oorspronkelijk woord | Verkleinwoord |
|---|---|
| de stoel | het stoeltje |
| de boom | het boompje |
| het boek | het boekje |
| het raam | het raampje |
In het meervoud gebruik je de: het huisje, maar de huisjes. Het meervoud eindigt altijd op -s.
Kijk niet naar het lidwoord van het oorspronkelijke woord.
β de fiets β het fietsje
β de fietsje
Verkleinwoorden op -je en -tje
Hoofdregel: -je en -tje
Na de eindmedeklinkers p, b, t, d, k, f, s, g en ch komt meestal -je. Na l, n en r, en na een klinker of w, komt vaak -tje. Bij l, n en r na een korte beklemtoonde klinker gelden andere regels: zie sectie 5. Voor woorden op m en ng zijn er aparte regels: zie secties 4 en 5.
| Uitgang | Voorbeelden |
|---|---|
| -je | het boekje, het huisje, het briefje, het kopje |
| -tje | het stoeltje, het treintje, het deurtje, het tafeltje |
Ook na een tweeklank of w komt -tje: het ei β het eitje, de vrouw β het vrouwtje, de duw β het duwtje. Een tweeklank is een klinker waarbij de klank tijdens het uitspreken verandert, zoals ei in ei en ou in vrouw.
Je schrijft de uitgang direct aan het woord vast. Eindigt een woord op één a, o of u met een lange klank? Dan verdubbel je die letter voor -tje, zodat de klank lang blijft: de auto β het autootje en de paraplu β het parapluutje. Bij oe verandert de spelling niet: de koe β het koetje.
Bij woorden op -e, -ie, -ee en -eau voeg je -tje toe zonder een letter te verdubbelen: de tante β het tantetje, de koffie β het koffietje, de familie β het familietje, de knie β het knietje, de zee β het zeetje, het cadeau β het cadeautje.
Zeg het woord hardop. De klank voor -je helpt vaak: boek-je, maar stoel-tje en tafel-tje.
Bijzondere vormen om te leren
Bij sommige woorden verandert ook de klinker. Leer deze vormen als geheel:
| Gewoon woord | Verkleinwoord | Wat verandert er? |
|---|---|---|
| het glas | het glaasje | korte a wordt lange aa |
| het gat | het gaatje | korte a wordt lange aa |
| het blad | het blaadje | korte a wordt lange aa |
| het schip | het scheepje | korte i wordt lange ee |
Woorden op -g en -p met -etje
Na een korte beklemtoonde klinker en één g komt vaak -etje. Je schrijft de g dan dubbel: de weg β het weggetje, de brug β het bruggetje, de vlag β het vlaggetje, de rug β het ruggetje, de big β het biggetje. Maar niet elk woord volgt dit patroon: de dag β het dagje is een veelgebruikte vorm met -je. Ook de mug β het mugje is correct. Leer deze vormen samen met het woord.
Ook sommige woorden op p hebben een vorm met -etje en een dubbele p: de kip β het kippetje, de pop β het poppetje. Maar kipje en popje zijn ook correct. Gebruik dit dus niet als vaste regel voor alle woorden op p: de kop β het kopje.
Klemtoon
De klemtoon ligt op de lettergreep die je het duidelijkst zegt: WOning. Die lettergreep is beklemtoond; de andere is onbeklemtoond. De klemtoon helpt je bij de regels in secties 4 en 5.
Quick check
Try one question now.
Check your answer when you are ready. No sign-in needed.
Verkleinwoorden op -pje
Na veel woorden op -m komt -pje. De m blijft staan.
- de boom β het boompje
- het raam β het raampje
- de bloem β het bloempje
- de bezem β het bezempje
Naast bloempje bestaat ook bloemetje. Beide kunnen één kleine bloem betekenen. In Ik neem een bloemetje voor je mee betekent een bloemetje vaak een boeket.
Dit geldt niet voor ieder kort woord op -m. Bij een korte beklemtoonde klinker krijg je vaak -etje: de kom β het kommetje.
Verkleinwoorden op -etje en -kje
Bij woorden die na een korte beklemtoonde klinker eindigen op één enkele l, m, n, r of op ng, komt vaak -etje. De laatste medeklinker wordt dan dubbel geschreven, behalve bij ng: dat blijft staan. Deze regel geldt dus niet voor woorden als film, arm en worm: daar staat de m na een andere medeklinker. Dan komt -pje: filmpje, armpje, wormpje.
| Gewoon woord | Verkleinwoord | Wat verandert er? |
|---|---|---|
| de bal | het balletje | l wordt ll |
| de pan | het pannetje | n wordt nn |
| de ster | het sterretje | r wordt rr |
| de bom | het bommetje | m wordt mm |
Bij woorden op onbeklemtoond -ing kijk je ook naar de lettergreep ervoor. Heeft die de klemtoon? Dan verdwijnt meestal de g en komt -kje.
- de koning β het koninkje
- de woning β het woninkje
- de camping β het campinkje
Heeft de lettergreep direct voor -ing geen klemtoon? Dan komt meestal -etje en blijft de g staan: de wandeling β het wandelingetje, de vergadering β het vergaderingetje. Bij wandeling ligt de klemtoon op wan, niet op de.
Ding heeft een beklemtoonde korte klinker en eindigt op ng: het dingetje.
Bij woorden op -ling na een beklemtoonde lettergreep gebruik je -etje en blijft de g staan: de leerling β het leerlingetje, de tweeling β het tweelingetje. De klemtoon ligt op leer en twee. Deze woorden volgen dus niet het patroon van koninkje: je schrijft leerlingetje, niet leerlinkje.
Een praktische keuze
- Zeg het woord hardop: wat is de eindklank en waar ligt de klemtoon?
- Eindigt het op m? Gebruik sectie 4 en controleer de korte klinker in sectie 5.
- Eindigt het op l, n, r of ng? Controleer eerst de regels in sectie 5.
- Gebruik voor de overige woorden sectie 3; let op de bijzondere vormen en de woorden op g en p.
- Zet in het enkelvoud altijd het voor het verkleinwoord.
Deze aanwijzingen helpen bij veel woorden, maar niet bij alle woorden. Controleer bij twijfel de verkleinvorm in de Woordenlijst en leer het woord samen met zijn vorm: de jongen β het jongetje.
Onthoud vooral: de vorm kan veranderen, maar het lidwoord niet. Elk verkleinwoord gebruikt in het enkelvoud het.
You reached the end
You reached the endNow make it stick.
Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.
Was this lesson helpful?
Vocabulary in this lesson
51 words, ready to study.
Play a word to hear it, then mark it as known β or save it to study later.
Save any of these 51 words and review them later.
Basiswoorden voor verschillende verkleinwoorden
51 wordsLast updated October 11, 2026