A2 Β· ElementaryLesson 2 of 4

Verkleinwoorden op -je, -tje, -pje, -etje enΒ -kje

Leer Nederlandse verkleinwoorden vormen met -je, -tje, -pje, -etje en -kje, kies zelf de passende uitgang en gebruik altijd het als lidwoord.

By the flumi team About 8 min read 51 vocabulary wordsGrammar learning path: Meervouden, verkleinwoorden en samenstellingen

Een verkleinwoord is een zelfstandig naamwoord met een uitgang zoals -je of -tje. Het kan aangeven dat iets klein is, maar ook dat iets prettig, vertrouwd of minder zwaar klinkt.

Na deze les kun je:

  • veelvoorkomende verkleinwoorden herkennen;
  • kiezen tussen -je, -tje, -pje, -etje en -kje;
  • het juiste lidwoord bij een verkleinwoord gebruiken.

Wat betekent een verkleinwoord?

Een verkleinwoord kan verschillende betekenissen hebben.

Betekenis Gewoon woord Verkleinwoord
klein formaat de tafel het tafeltje
jong of klein dier de hond het hondje
vriendelijk of vertrouwd de vraag het vraagje
een portie het ijs het ijsje

Soms is iets niet echt klein. In We drinken een kopje koffie is het kopje een normale kop. De verkleinvorm hoort gewoon bij de vaste combinatie.

Op de tafel ligt een briefje.

Het kind krijgt een ijsje.

We maken vanavond een wandelingetje.

Alle verkleinwoorden zijn het-woorden

Het oorspronkelijke woord kan een de-woord of een het-woord zijn. Het verkleinwoord is altijd een het-woord.

Oorspronkelijk woord Verkleinwoord
de stoel het stoeltje
de boom het boompje
het boek het boekje
het raam het raampje

In het meervoud gebruik je de: het huisje, maar de huisjes. Het meervoud eindigt altijd op -s.

Kijk niet naar het lidwoord van het oorspronkelijke woord.

βœ“ de fiets β†’ het fietsje

βœ— de fietsje

Verkleinwoorden op -je en -tje

Hoofdregel: -je en -tje

Na de eindmedeklinkers p, b, t, d, k, f, s, g en ch komt meestal -je. Na l, n en r, en na een klinker of w, komt vaak -tje. Bij l, n en r na een korte beklemtoonde klinker gelden andere regels: zie sectie 5. Voor woorden op m en ng zijn er aparte regels: zie secties 4 en 5.

Uitgang Voorbeelden
-je het boekje, het huisje, het briefje, het kopje
-tje het stoeltje, het treintje, het deurtje, het tafeltje

Ook na een tweeklank of w komt -tje: het ei β†’ het eitje, de vrouw β†’ het vrouwtje, de duw β†’ het duwtje. Een tweeklank is een klinker waarbij de klank tijdens het uitspreken verandert, zoals ei in ei en ou in vrouw.

Je schrijft de uitgang direct aan het woord vast. Eindigt een woord op één a, o of u met een lange klank? Dan verdubbel je die letter voor -tje, zodat de klank lang blijft: de auto β†’ het autootje en de paraplu β†’ het parapluutje. Bij oe verandert de spelling niet: de koe β†’ het koetje.

Bij woorden op -e, -ie, -ee en -eau voeg je -tje toe zonder een letter te verdubbelen: de tante β†’ het tantetje, de koffie β†’ het koffietje, de familie β†’ het familietje, de knie β†’ het knietje, de zee β†’ het zeetje, het cadeau β†’ het cadeautje.

Zeg het woord hardop. De klank voor -je helpt vaak: boek-je, maar stoel-tje en tafel-tje.

Bijzondere vormen om te leren

Bij sommige woorden verandert ook de klinker. Leer deze vormen als geheel:

Gewoon woord Verkleinwoord Wat verandert er?
het glas het glaasje korte a wordt lange aa
het gat het gaatje korte a wordt lange aa
het blad het blaadje korte a wordt lange aa
het schip het scheepje korte i wordt lange ee

Woorden op -g en -p met -etje

Na een korte beklemtoonde klinker en één g komt vaak -etje. Je schrijft de g dan dubbel: de weg β†’ het weggetje, de brug β†’ het bruggetje, de vlag β†’ het vlaggetje, de rug β†’ het ruggetje, de big β†’ het biggetje. Maar niet elk woord volgt dit patroon: de dag β†’ het dagje is een veelgebruikte vorm met -je. Ook de mug β†’ het mugje is correct. Leer deze vormen samen met het woord.

Ook sommige woorden op p hebben een vorm met -etje en een dubbele p: de kip β†’ het kippetje, de pop β†’ het poppetje. Maar kipje en popje zijn ook correct. Gebruik dit dus niet als vaste regel voor alle woorden op p: de kop β†’ het kopje.

Klemtoon

De klemtoon ligt op de lettergreep die je het duidelijkst zegt: WOning. Die lettergreep is beklemtoond; de andere is onbeklemtoond. De klemtoon helpt je bij de regels in secties 4 en 5.

Quick check

Try one question now.

1
Ik neem maar één dun mee op reis.

Check your answer when you are ready. No sign-in needed.

Verkleinwoorden op -pje

Na veel woorden op -m komt -pje. De m blijft staan.

  • de boom β†’ het boompje
  • het raam β†’ het raampje
  • de bloem β†’ het bloempje
  • de bezem β†’ het bezempje

Naast bloempje bestaat ook bloemetje. Beide kunnen één kleine bloem betekenen. In Ik neem een bloemetje voor je mee betekent een bloemetje vaak een boeket.

Dit geldt niet voor ieder kort woord op -m. Bij een korte beklemtoonde klinker krijg je vaak -etje: de kom β†’ het kommetje.

Verkleinwoorden op -etje en -kje

Bij woorden die na een korte beklemtoonde klinker eindigen op één enkele l, m, n, r of op ng, komt vaak -etje. De laatste medeklinker wordt dan dubbel geschreven, behalve bij ng: dat blijft staan. Deze regel geldt dus niet voor woorden als film, arm en worm: daar staat de m na een andere medeklinker. Dan komt -pje: filmpje, armpje, wormpje.

Gewoon woord Verkleinwoord Wat verandert er?
de bal het balletje l wordt ll
de pan het pannetje n wordt nn
de ster het sterretje r wordt rr
de bom het bommetje m wordt mm

Bij woorden op onbeklemtoond -ing kijk je ook naar de lettergreep ervoor. Heeft die de klemtoon? Dan verdwijnt meestal de g en komt -kje.

  • de koning β†’ het koninkje
  • de woning β†’ het woninkje
  • de camping β†’ het campinkje

Heeft de lettergreep direct voor -ing geen klemtoon? Dan komt meestal -etje en blijft de g staan: de wandeling β†’ het wandelingetje, de vergadering β†’ het vergaderingetje. Bij wandeling ligt de klemtoon op wan, niet op de.

Ding heeft een beklemtoonde korte klinker en eindigt op ng: het dingetje.

Bij woorden op -ling na een beklemtoonde lettergreep gebruik je -etje en blijft de g staan: de leerling β†’ het leerlingetje, de tweeling β†’ het tweelingetje. De klemtoon ligt op leer en twee. Deze woorden volgen dus niet het patroon van koninkje: je schrijft leerlingetje, niet leerlinkje.

Een praktische keuze

  1. Zeg het woord hardop: wat is de eindklank en waar ligt de klemtoon?
  2. Eindigt het op m? Gebruik sectie 4 en controleer de korte klinker in sectie 5.
  3. Eindigt het op l, n, r of ng? Controleer eerst de regels in sectie 5.
  4. Gebruik voor de overige woorden sectie 3; let op de bijzondere vormen en de woorden op g en p.
  5. Zet in het enkelvoud altijd het voor het verkleinwoord.

Deze aanwijzingen helpen bij veel woorden, maar niet bij alle woorden. Controleer bij twijfel de verkleinvorm in de Woordenlijst en leer het woord samen met zijn vorm: de jongen – het jongetje.

Onthoud vooral: de vorm kan veranderen, maar het lidwoord niet. Elk verkleinwoord gebruikt in het enkelvoud het.

You reached the end

You reached the end

Now make it stick.

Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.

Practice exercises

Was this lesson helpful?

Vocabulary in this lesson

51 words, ready to study.

Play a word to hear it, then mark it as known β€” or save it to study later.

Save any of these 51 words and review them later.

Basiswoorden voor verschillende verkleinwoorden

51 words

Last updated October 11, 2026