Voltooide infinitieven met te hebben en te zijn
Leer voltooide infinitieven met te hebben en te zijn vormen en gebruiken voor voortijdigheid, modaliteit en genuanceerde beweringen in het Nederlands.
Een eerdere gebeurtenis binnen een infinitief
Na werkwoorden als beweren, menen, lijken, schijnen, blijken en erkennen staat vaak een infinitief met te. Als de genoemde gebeurtenis al vóór het relevante beoordelingsmoment plaatsvindt, kun je een voltooide infinitief gebruiken.
Onvoltooid: De onderzoeker beweert de oorzaak te kennen.
Voltooid: De onderzoeker beweert de oorzaak te hebben gevonden.
In de tweede zin ligt het vinden vóór het moment van beweren. De onderzoeker presenteert het vinden als eerdere gebeurtenis.
De basisvormen zijn te hebben + voltooid deelwoord en te zijn + voltooid deelwoord. Ook de volgordes voltooid deelwoord + te hebben/te zijn komen voor. Welke ordening natuurlijk klinkt, hangt onder meer af van de werkwoordgroep, het register, de regio en het ritme van de zin.
Hebben of zijn volgt het gewone perfectum
Kies het hulpwerkwoord zoals je dat in een gewone voltooide tijd zou doen. Maak eerst een eindige perfectumzin en vervang daarna de vervoegde vorm van hebben of zijn door te hebben of te zijn.
| Eindige voltooide tijd | Voltooide infinitief | Voorbeeld in een volledige zin |
|---|---|---|
| zij heeft gelezen | te hebben gelezen | Zij zegt het dossier te hebben gelezen. |
| hij is vertrokken | te zijn vertrokken | Hij beweert vroeg te zijn vertrokken. |
| het is gebeurd | te zijn gebeurd | Het incident lijkt 's nachts te zijn gebeurd. |
| wij hebben gewacht | te hebben gewacht | Wij erkennen te lang te hebben gewacht. |
| zij is gebleven | te zijn gebleven | Zij zegt tot het einde te zijn gebleven. |
De bekende keuzevoorwaarden blijven dus gelden. Bewegingswerkwoorden krijgen niet automatisch zijn; de gebruikelijke combinatie van betekenis en constructie bepaalt het hulpwerkwoord. Vergelijk Hij heeft uren door het park gelopen met Hij is naar huis gelopen.
Twijfel je tussen hebben en zijn? Test eerst heeft/is + deelwoord. Als zij is vertrokken de bedoelde perfectumvorm is, wordt de infinitief te zijn vertrokken of vertrokken te zijn.
Voortijdigheid hangt af van het referentiepunt
De voltooide infinitief drukt doorgaans uit dat de ingebedde gebeurtenis voorafgaat aan een relevant moment. Dat moment hoeft niet het huidige spreekmoment te zijn.
| Zin | Tijdverhouding |
|---|---|
| De trein lijkt al te zijn vertrokken. | het vertrek ligt vóór de huidige vaststelling |
| De getuige beweerde de brief eerder te hebben gezien. | het zien ligt vóór de bewering in het verleden |
| Morgen verwacht zij het rapport afgerond te hebben. | de afronding ligt vóór het verwachte ijkpunt van morgen |
| In 2030 hoopt de organisatie haar doel bereikt te hebben. | het bereiken ligt vóór of uiterlijk op het toekomstige doelmoment |
In de laatste twee voorbeelden kan de ingebedde gebeurtenis vanuit het huidige moment nog in de toekomst liggen. Voltooid betekent hier dus niet simpelweg verleden ten opzichte van nu, maar eerder dan het gekozen referentiepunt.
Tijdsbepalingen als al, eerder, tegen die tijd en vóór de vergadering maken de verhouding zichtbaar, maar de constructie zelf draagt eveneens een voortijdigheidsrelatie bij.
Bewering, bewijs en afstand
Het hogere werkwoord bepaalt hoe de spreker zich verhoudt tot de inhoud. De voltooide infinitief maakt de voorafgaande gebeurtenis beschikbaar; hij bewijst niet dat die gebeurtenis werkelijk heeft plaatsgevonden.
- beweren te hebben gedaan — de verantwoordelijkheid voor de uitspraak ligt bij de genoemde persoon;
- menen te hebben gezien — de waarneming of herinnering wordt als eigen overtuiging gepresenteerd;
- lijken te zijn veranderd — beschikbare aanwijzingen ondersteunen die indruk;
- schijnen te zijn vertrokken — de informatie is indirect of niet volledig bevestigd;
- blijken te hebben gewerkt — latere gegevens ondersteunen de conclusie;
- erkennen te hebben gehandeld — de genoemde persoon aanvaardt de eerdere handeling als feit.
- De leverancier beweert de waarschuwing op tijd te hebben verstuurd.
- De waarschuwing blijkt naar een oud adres te zijn verstuurd.
- De ontvanger schijnt het bericht nooit te hebben gezien.
De drie zinnen presenteren niet alleen verschillende gebeurtenissen; ze verdelen ook bron, zekerheid en verantwoordelijkheid anders.
Maak bij blijken, lijken en schijnen geen automatische betrouwbaarheidsladder. Blijken presenteert doorgaans een resultaat of vaststelling, terwijl lijken en schijnen meer afstand toelaten. De concrete bewijskracht blijft van de context afhangen.
Voltooid betekent niet altijd een bereikt doel
Een voltooide infinitief plaatst een situatie vóór het referentiepunt, maar de betekenis van het hoofdwerkwoord en zijn aanvullingen bepaalt of een inhoudelijk doel is bereikt.
- Zij zegt drie hoofdstukken te hebben geschreven — de afgebakende hoofdstukken worden als geschreven voorgesteld.
- Zij zegt de hele ochtend te hebben geschreven — de schrijfperiode is eerder, maar een manuscript hoeft niet af te zijn.
- Hij beweert jaren in Brussel te hebben gewoond — een eerdere of tot een grens bekeken toestand; geen resultaatdoel.
- Hij lijkt het slot te hebben geopend — het slot openen bevat een natuurlijk eindpunt.
Het verschil tussen te kennen en te hebben leren kennen is eveneens meer dan tijd. De eerste vorm beschrijft een toestand; de tweede kijkt terug op het proces waardoor die toestand ontstond.
Verwar grammaticale voortijdigheid niet met praktische voltooiing. De technicus zegt twee uur aan de motor te hebben gewerkt garandeert niet dat de reparatie klaar is.
Quick check
Try one question now.
Check your answer when you are ready. No sign-in needed.
Uitgebreide clusters met modaliteit en passief
Binnen een voltooide infinitief kunnen modale werkwoorden en passieve vormen voorkomen.
| Opbouw | Voorbeeld | Betekenislaag |
|---|---|---|
| te hebben kunnen + infinitief | Ze zegt het probleem te hebben kunnen oplossen. | eerdere mogelijkheid die benut kon worden |
| te hebben moeten + infinitief | Hij betreurt zo lang te hebben moeten wachten. | eerdere noodzaak |
| te zijn + passief deelwoord | De maatregel blijkt al te zijn ingevoerd. | eerdere passieve gebeurtenis of bereikt resultaat |
| deelwoord + te zijn | Het dossier lijkt verkeerd gearchiveerd te zijn. | dezelfde voltooide/passieve relatie met andere volgorde |
Bij te hebben moeten wachten verschijnt moeten als infinitief, niet als gemoeten. Dat is de vervangende infinitief in een voltooide werkwoordgroep. Bij het passief kan de grens tussen gebeurtenis en resulterende toestand contextafhankelijk zijn: De deur lijkt gesloten te zijn kan vooral de huidige toestand gesloten beschrijven, zonder de sluitingshandeling centraal te stellen.
Ontleed een lange groep van binnen naar buiten: oplossen → kunnen oplossen → hebben kunnen oplossen → te hebben kunnen oplossen. Zo blijft zichtbaar welke laag mogelijkheid, voltooiing en beoordeling uitdrukt.
Twee gangbare volgordepatronen
Bij een eenvoudige voltooide infinitief zijn beide patronen mogelijk:
- te hebben/te zijn + voltooid deelwoord: te hebben gelezen, te zijn vertrokken;
- voltooid deelwoord + te hebben/te zijn: gelezen te hebben, vertrokken te zijn.
- De auteur beweert de bron te hebben geraadpleegd.
- De auteur beweert de bron geraadpleegd te hebben.
- De bezoekers lijken via de zijingang te zijn binnengekomen.
- De bezoekers lijken via de zijingang binnengekomen te zijn.
De varianten kunnen verschillen in ritme, regionale voorkeur en aansluiting bij de rest van het werkwoordcluster. In langere clusters zijn niet alle denkbare permutaties even gangbaar. Gebruik daarom een patroon dat in de betreffende constructie natuurlijk klinkt en houd nauw samenhorende delen herkenbaar.
In bijzinnen verandert de persoonsvorm van het hogere werkwoord van plaats, maar de voltooide infinitief blijft zelf een infinitiefgroep:
- omdat de auteur de bron beweert te hebben geraadpleegd;
- hoewel de bezoekers via de zijingang lijken binnengekomen te zijn.
Deze voorbeelden zijn geen bewijs dat één totale eindvolgorde altijd verplicht is. Nederlandse werkwoordclusters laten variatie toe, terwijl selectie en onderlinge afhankelijkheid de mogelijkheden begrenzen.
Te zijn geweest en te hebben gehad
Bij een eerdere toestand of bezit gebruik je vaak geweest of gehad:
- Ze zegt tijdens de vergadering ziek te zijn geweest.
- Hij beweert nooit verantwoordelijk te zijn geweest voor de planning.
- De organisatie erkent onvoldoende toezicht te hebben gehad.
- Ik meen daar eerder contact over te hebben gehad.
Te zijn geweest bestaat uit het koppelwerkwoord zijn in de voltooide infinitief. Vergelijk zij is ziek geweest met zij zegt ziek te zijn geweest. Te hebben gehad is op dezelfde manier gebaseerd op zij heeft weinig tijd gehad.
Let op het verschil met zijn + te + infinitief in een modaal-passieve constructie:
- Het handschrift is moeilijk te lezen — het kan moeilijk gelezen worden.
- Het handschrift lijkt verkeerd gelezen te zijn — er lijkt eerder een verkeerde lezing te hebben plaatsgevonden.
Bereik van ontkenning en tijdsbepalingen
Plaats niet en tijdsbepalingen zo dat duidelijk is waarop ze betrekking hebben.
- De getuige beweert het signaal niet te hebben gehoord. — volgens de getuige vond het horen niet plaats.
- De getuige beweert niet dat hij het signaal heeft gehoord. — de ontkenning heeft bereik over de hogere bewering; de zin zegt niet vanzelf dat hij het tegendeel beweert.
- Zij zegt de aanvraag gisteren te hebben verstuurd. — gisteren hoort bij het versturen.
- Zij zei gisteren de aanvraag te hebben verstuurd. — gisteren hoort zonder extra context eerder bij het zeggen, maar een andere lezing is mogelijk.
Wanneer tijd of bereik juridisch, wetenschappelijk of praktisch belangrijk is, vermijd je die tweede dubbelzinnigheid:
- Zij zei gisteren dat zij de aanvraag een dag eerder had verstuurd.
- Volgens haar verklaring heeft zij de aanvraag gisteren verstuurd.
Een voltooide infinitief controleren
Doorloop bij het schrijven deze stappen:
- Bepaal welke ingebedde gebeurtenis of toestand je wilt uitdrukken.
- Vraag of die situatie vóór het relevante moment ligt.
- Vorm een gewone voltooide tijd en kies zo hebben of zijn.
- Zet het hulpwerkwoord in de infinitief met te.
- Controleer bij modale clusters of een vervangende infinitief nodig is.
- Kies een natuurlijke volgorde zonder alle werkwoorden willekeurig te herschikken.
- Controleer wat het hogere werkwoord over bron, zekerheid of houding zegt.
- Maak met tijdsbepalingen duidelijk welk referentiepunt en welk bereik bedoeld zijn.
Zo combineert de voltooide infinitief meerdere informatielagen in één compacte constructie: een eerdere situatie, een gekozen perspectief en de houding van degene die haar presenteert.
You reached the end
You reached the endNow make it stick.
Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.
Was this lesson helpful?
Vocabulary in this lesson
38 words, ready to study.
Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.
Save any of these 38 words and review them later.
Kernwoorden bij Voltooide infinitieven met te hebben en te zijn
38 wordsLast updated October 11, 2026