A2 · ElementaryLesson 2 of 3

Werkwoorden die een te-infinitief krijgen

Ontdek welke Nederlandse werkwoorden een te-infinitief krijgen, hoe je de woordvolgorde opbouwt en wanneer modale werkwoorden juist geen te gebruiken.

By the flumi team About 7 min read 18 vocabulary wordsGrammar learning path: Infinitieven met te

Sommige werkwoorden worden gevolgd door te + infinitief. De infinitief is het hele werkwoord, bijvoorbeeld komen, leren, wachten. Het patroon is: Ik probeer elke dag Nederlands te spreken. Het eerste werkwoord verandert met het onderwerp; de infinitief blijft onveranderd.

Na deze les kun je:

  • veelgebruikte werkwoorden met te + infinitief herkennen;
  • een hoofdzin en een vraag met deze constructie maken;
  • het verschil zien tussen werkwoorden met en zonder te.

Het basispatroon

Het eerste werkwoord zegt bijvoorbeeld wat iemand probeert, vergeet, begint of belooft. De infinitief noemt de handeling.

onderwerp + persoonsvorm + rest + te + infinitief

  • Ik probeer morgen eerder te vertrekken.
  • Sam vergeet soms de deur te sluiten.
  • Wij beginnen om negen uur te werken.
  • De monteur belooft morgen te komen.

Het eerste werkwoord krijgt de gewone persoonsvorm: ik probeer, jij probeert, wij proberen. Na te gebruik je de infinitief: komen, leren, wachten.

Nu: Noor probeert de brief te schrijven.

Verleden: Noor probeerde de brief te schrijven.

Perfectum: Noor heeft geprobeerd de brief te schrijven.

Alleen proberen verandert van tijd. Schrijven blijft een infinitief. In dit perfectum gebruik je heeft en het voltooid deelwoord geprobeerd. Te schrijven blijft hetzelfde.

Veelgebruikte werkwoorden met te

Deze werkwoorden komen vaak voor met een te-infinitief.

Werkwoord Betekenis in de zin Voorbeeld
proberen een poging doen Ik probeer de vraag te beantwoorden.
vergeten niet meer denken aan Hij vergeet melk te kopen.
beginnen starten Het begint te regenen.
besluiten een keuze maken We besluiten thuis te blijven.
beloven zeggen dat je iets zult doen Zij belooft op tijd te zijn.
hopen iets graag willen Ik hoop je morgen te zien.
hoeven nodig zijn, meestal met een ontkenning of beperking Je hoeft vandaag niet te werken.
zitten / staan / liggen iets doen terwijl je zit, staat of ligt Hij zit te lezen. Ze staan te wachten. Ik lig te slapen.

Bij hoeven staat meestal een ontkenning of beperking: Je hoeft vandaag niet te werken en U hoeft alleen dit formulier te tekenen.

Vergelijk moeten en hoeven:

  • Je moet werken. → Het is verplicht.
  • Je hoeft niet te werken. → Het is niet nodig; het mag wel.
  • Je moet hier niet parkeren. → Doe dat hier niet.
  • Je hoeft hier niet te parkeren. → Het is niet nodig; je kunt ook ergens anders parkeren.

Hij leest zegt wat hij doet. Hij zit te lezen zegt ook dat hij daarbij zit. Met zitten, staan en liggen + te beschrijf je wat iemand op dat moment doet.

Leer het eerste werkwoord samen met het patroon, bijvoorbeeld proberen te, vergeten te en hoeven te. Zo onthoud je of te nodig is.

In een hoofdzin, een vraag en een bijzin

In een hoofdzin staat de persoonsvorm op de tweede plaats. Te + infinitief staat meestal verder naar achteren.

  • Ik probeer de bus van acht uur te nemen.
  • Morgen probeer ik de bus van acht uur te nemen.
  • Wij vergeten nooit onze fietsen op slot te zetten.

In een ja-neevraag komt de persoonsvorm vóór het onderwerp. Het laatste deel verandert niet.

  • Probeer je minder koffie te drinken?
  • Vergeet u niet de afspraak te bevestigen?

In een bijzin met omdat staat het onderwerp vóór de persoonsvorm. Het deel met te + infinitief kan daarna komen:

  • Ik kies thee, omdat ik probeer minder koffie te drinken.

Ook hier blijft te drinken achteraan staan.

Na willen gebruik je geen te.

✓ Wil je nu eten?

✗ Wil je nu te eten?

Vergelijk: Probeer je nu te eten?

Werkwoorden zonder te

Na modale werkwoorden zoals kunnen, moeten, mogen, willen en zullen gebruik je direct een infinitief.

Zonder te Niet goed
Ik kan morgen komen. ✗ Ik kan morgen te komen.
Je moet hier wachten. ✗ Je moet hier te wachten.
Wij willen Nederlands leren. ✗ Wij willen Nederlands te leren.
U mag binnen zitten. ✗ U mag binnen te zitten.

Ook na gaan bij een nabije toekomst staat geen te: We gaan vanavond koken. Na laten gebruik je eveneens geen te: Ik laat mijn fiets repareren.

Kijk altijd naar het eerste werkwoord. Het Nederlandse woord te hoort niet automatisch voor elke tweede infinitief.

Quick check

Try one question now.

1

Ik probeer

Answer options

Check your answer when you are ready. No sign-in needed.

Scheidbare werkwoorden

Bij een scheidbaar werkwoord komt te tussen het eerste deel en de rest van het werkwoord.

  • opbellen → Ik probeer mijn moeder op te bellen.
  • meenemen → Vergeet je paspoort niet mee te nemen.
  • invullen → U hoeft alleen uw naam in te vullen.
  • afspreken → We besluiten volgende week af te spreken.

Bij werkwoorden als begrijpen, betalen en vertellen blijft het werkwoord heel: te begrijpen, te betalen, te vertellen. Vergelijk dit met op te bellen en mee te nemen. Bijvoorbeeld: Hij probeert het probleem te begrijpen en Ik beloof de rekening te betalen.

Niet en andere woorden

Een voorwerp, tijd of plaats staat meestal vóór te + infinitief.

  • Ik beloof de e-mail vanmiddag te sturen.
  • Sara probeert in de bibliotheek te studeren.
  • Wij besluiten de auto niet te gebruiken.
  • Je hoeft morgen niet vroeg op te staan.

In deze eenvoudige zinnen staat niet vlak vóór te + infinitief. Als er een voorwerp met de staat, komt dat vóór niet. Vergelijk:

  • Ik probeer niet te lachen.
  • Wij besluiten de auto niet te gebruiken.

Om te: een doel

Met om ... te noem je een doel. Deze vorm hangt niet af van een werkwoord uit de tabel met proberen te of vergeten te.

  • Ik ga naar de winkel om brood te kopen.
  • We sparen geld om op vakantie te gaan.

Bij proberen en beloven kun je ook om toevoegen zonder dat de betekenis verandert: Ik probeer (om) op tijd te komen en Ik beloof (om) op tijd te komen zijn correct met én zonder om.

Een praktische controle

Gebruik deze stappen:

  1. Kies het eerste werkwoord en maak daarvan de persoonsvorm.
  2. Controleer of dit werkwoord te vraagt.
  3. Zet voorwerpen en bepalingen vóór te + infinitief.
  4. Plaats te binnen een scheidbaar werkwoord.

Het kernpatroon is dus: Zij probeert de nieuwe woorden te onthouden, maar Zij wil de nieuwe woorden onthouden.

You reached the end

You reached the end

Now make it stick.

Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.

Practice exercises

Was this lesson helpful?

Vocabulary in this lesson

18 words, ready to study.

Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.

Save any of these 18 words and review them later.

Werkwoorden met en zonder te

18 words

Last updated October 11, 2026