Question 1
Gisteren viel de lift één keer stil. _____ de lift stopte, belde de conciërge direct een monteur.
Options: Toen, Als, Wanneer
Kies het woord dat past bij de tijd en de context. Sommige vragen hebben twee lege plekken.
Question 1
Gisteren viel de lift één keer stil. _____ de lift stopte, belde de conciërge direct een monteur.
Options: Toen, Als, Wanneer
Question 2
Sana werkte in 2022 vaak tot middernacht, _____ ze één jaar lang het festival leidde.
Options: als, toen, wanneer
Question 3
We zetten vroeger extra bedden klaar, elke keer _____ de hele familie kwam logeren.
Options: toen, als, dan
Question 4
Op werkdagen controleer ik altijd even mijn agenda _____ ik aan een nieuwe werkdag begin.
Options: als, toen, dan
Question 5
De biologieles beschrijft een algemene regel: planten groeien langzamer _____ ze structureel te weinig licht krijgen.
Options: toen, als, dan
Question 6
De reparatie kan morgen alleen doorgaan op deze voorwaarde: _____ de monteur vóór twaalf uur komt, is de machine dezelfde dag klaar.
Options: toen, voordat, als
Question 7
Volgende winter geldt bij elk concert dezelfde regeling: elke keer _____ de zaal vol is, opent het theater een extra garderobe.
Options: als, toen, dan
Question 8
_____ vertrekt de laatste veerboot vanavond?
Options: Toen, Wanneer, Als
Question 9
Ik wil het exacte sluitingstijdstip weten. Kun je me vertellen _____ de bibliotheek op zaterdag sluit?
Options: toen, als, wanneer
Question 10
De stroom viel plotseling uit. _____ begon de noodverlichting te branden.
Options: Toen, Als, Wanneer
Question 11
De veiligheidsinstructie luidt: _____, verlaat u rustig het gebouw.
Options: Toen het alarm klinkt, Wanneer het alarm klinkt, Wanneer klinkt het alarm
Question 12
Het systeem controleert de waarde voortdurend. De handleiding beschrijft wat er bij iedere overschrijding gebeurt: _____, registreert het systeem een waarschuwing.
Options: Toen de waarde de grens overschrijdt, Wanneer overschrijdt de waarde de grens, Wanneer de waarde de grens overschrijdt
Question 13
De rondleiding is volgende week. Welke zin verwijst correct naar dat toekomstige moment? _____
Options: Als de gids volgende week arriveert, begint de rondleiding meteen., Toen de gids volgende week arriveert, begint de rondleiding meteen., Toen de gids volgende week arriveerde, begon de rondleiding meteen.
Question 14
Eén storing tegenover een patroon: de helpdesk belde me _____ de server gisteren één keer uitviel; elke keer _____ de oude server vroeger uitviel, schakelden we over op een reserve.
Options: als, toen, wanneer, dan
Question 15
Welke optie bevat twee correcte berichten over een toekomstig moment? _____
Options: Toen uw pas gereed is, ontvangt u bericht. Als je pas klaar is, stuur ik je een bericht., Wanneer uw pas gereed is, ontvangt u bericht. Toen je pas klaar is, stuur ik je een bericht., Wanneer uw pas gereed is, ontvangt u bericht. Als je pas klaar is, stuur ik je een bericht.
Practice Eenmalig, herhaald of gevraagd with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Eenmalig, herhaald of gevraagd in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.