Question 1
De rits van de tas is dicht en de sleutel zit volledig _____ de tas.
Options: in, op, onder
Kies het voorzetsel of de plaatsaanduiding die precies bij de beschreven situatie past.
Question 1
De rits van de tas is dicht en de sleutel zit volledig _____ de tas.
Options: in, op, onder
Question 2
De telefoon ligt _____ het bureaublad.
Options: in, op, aan
Question 3
De kat slaapt _____ de stoel, tussen de vier poten.
Options: op, naast, onder
Question 4
De lamp staat direct rechts van de bank, zonder de bank te raken. De lamp staat _____ de bank.
Options: naast, voor, achter
Question 5
De tafel staat _____ twee stoelen: één stoel links en één stoel rechts.
Options: voor, tussen, achter
Question 6
Vanaf de straat zie je eerst de fiets, dan het huis: de fiets staat _____ het huis.
Options: achter, tussen, voor
Question 7
Het huis staat tussen de straat en de tuin: de tuin ligt _____ het huis.
Options: achter, voor, in
Question 8
De bakker is _____ het station, recht aan de overkant van de straat.
Options: achter, tegenover, tussen
Question 9
Mila is _____ de dokter voor een onderzoek.
Options: naar, aan, bij
Question 10
De foto hangt _____ de muur.
Options: aan, in, onder
Question 11
Wij gaan _____ het station om de trein te nemen.
Options: aan, naar, tussen
Question 12
Noor is al binnen en doet boodschappen. Zij is _____ de winkel.
Options: naar, bij, in
Question 13
De kinderen zitten nu in hun klas en volgen de les. Zij zijn _____ school.
Options: op, in, naar
Question 14
Amir is ziek en blijft _____.
Options: naar huis, thuis, naar thuis
Question 15
Na zijn werk gaat Omar _____ om in zijn eigen bed te slapen.
Options: naar de huis, naar thuis, naar huis
Practice Waar is het? with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Waar is het? in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.