Question 1
De route _____ langs het kanaal loopt, is tijdelijk afgesloten.
Options: dat, die, wie
Kies het passende betrekkelijke woord of zinsfragment. Let op het antecedent, de zinsbouw en de bedoelde betekenis.
Question 1
De route _____ langs het kanaal loopt, is tijdelijk afgesloten.
Options: dat, die, wie
Question 2
Dit abonnement, _____ nog tot december geldig is, hoef je niet te verlengen.
Options: die, wie, dat
Question 3
De documenten _____ op tafel liggen, moeten vandaag worden ondertekend.
Options: die, dat, wat
Question 4
Alles _____ in deze kast staat, gaat naar de kringloopwinkel.
Options: wie, wat, welke
Question 5
Ik zoek iets _____ weinig ruimte inneemt.
Options: wie, welke, wat
Question 6
Het mooiste _____ we tijdens de wandeling zagen, was een veld vol bloemen.
Options: wat, wie, welke
Question 7
De vrijwilliger met _____ ik de zaal heb ingericht, komt morgen weer helpen.
Options: wat, wie, welk
Question 8
De kast _____ de oude kaarten liggen, blijft op slot. De kaarten liggen in die kast.
Options: waarop, waarmee, waarin
Question 9
De lift viel plotseling stil, _____ ons erg liet schrikken. Het schrikken kwam door die hele gebeurtenis.
Options: wat, wie, welke
Question 10
Het pakket dat _____, ligt nu bij de buren.
Options: heeft de bezorger gisteren gebracht, de bezorger gisteren heeft gebracht, de bezorger heeft gisteren gebracht
Question 11
De fout die _____, kwam pas tijdens de vergadering aan het licht.
Options: hadden we eerder moeten onderzoeken, we hadden eerder moeten onderzoeken, we eerder hadden moeten onderzoeken
Question 12
Bedoeld is: De onderzoeker leidt het project. Zij bespreekt een rapport. Het rapport is gisteren verschenen. Welke versie verdeelt deze informatie correct over twee zinnen? _____
Options: De onderzoeker die het rapport leidt, bespreekt een project. Dat project is gisteren verschenen., De onderzoeker die het project leidt, bespreekt een rapport. Dat rapport is gisteren verschenen., De onderzoeker het project leidt, bespreekt een rapport. Dat rapport is gisteren verschenen.
Practice Verwijzen en helder formuleren with this interactive fill-in-the-blank exercise of 12 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Verwijzen en helder formuleren in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.