Question 1
De wekker _____, staat op het nachtkastje.
Options: die afgaat, die afgaan, dat afgaat
Kies de betrekkelijke zin met de juiste woordvolgorde en leestekens. Eén vraag heeft twee lege plekken.
Question 1
De wekker _____, staat op het nachtkastje.
Options: die afgaat, die afgaan, dat afgaat
Question 2
De monteur _____, komt morgen terug.
Options: die onderhoudt de ketel, die de ketel onderhoudt, die de ketel onderhouden
Question 3
De route _____, loopt langs de kust.
Options: die kiest de chauffeur vandaag, die de chauffeur kiezen vandaag, die de chauffeur vandaag kiest
Question 4
De gereedschappen _____, staan al bij de ladder.
Options: die de monteurs naar het dak moeten meenemen, die moeten de monteurs naar het dak meenemen, die de monteurs naar het dak moeten meeneemt
Question 5
Het bericht _____, bevatte een onjuist bedrag.
Options: dat heeft het team gisteren gestuurd, dat het team gisteren heeft gestuurd, dat het team gisteren heeft sturen
Question 6
Alleen de stoel bij het raam is kapot; het raam zelf is heel. Welke zin koppelt de plaatsbepaling aan stoel? _____
Options: Het raam dat naast de stoel staat, is kapot., De stoel staat bij het raam dat kapot is., De stoel die bij het raam staat, is kapot.
Question 7
Alleen medewerkers met nachtdienst krijgen een toeslag. _____
Options: De medewerkers die vannacht werken, krijgen een toeslag., De medewerkers, die vannacht werken krijgen, een toeslag., De medewerkers, die vannacht werken, krijgen een toeslag.
Question 8
De bijzin moet precies aangeven welk contract ik zoek. _____
Options: Ik zoek het contract, dat maandag is ondertekend., Ik zoek het contract dat maandag is ondertekend., Ik zoek het contract die maandag is ondertekend.
Question 9
Ik heb maar één tante; haar woonplaats is extra informatie. _____
Options: Mijn tante die in Alkmaar woont opent de winkel., Mijn tante, die in Alkmaar woont opent de winkel., Mijn tante, die in Alkmaar woont, opent de winkel.
Question 10
Het monument is al uniek aangewezen; de leeftijd is alleen extra informatie. _____
Options: We bezoeken dit monument, dat uit 1640 dateert., We bezoeken dit monument dat uit 1640 dateert., We bezoeken dit monument dat uit 1640, dateert.
Question 11
Binnen het team krijgen uitsluitend de mensen met een afgeronde cursus toegang. Welke zin behoudt die beperkende betekenis? _____
Options: De collega’s, die de cursus hebben afgerond, krijgen toegang., De collega’s die de cursus hebben afgerond, krijgen toegang., De collega’s dat de cursus hebben afgerond, krijgen toegang.
Question 12
Het bedrijf heeft zes collega’s en zij werken allemaal thuis. Welke zin geeft werken thuis als extra informatie? _____
Options: De zes collega’s die allemaal thuiswerken vergaderen online., De zes collega’s, die allemaal thuiswerken vergaderen online., De zes collega’s, die allemaal thuiswerken, vergaderen online.
Question 13
Die heeft in de eerste bijzin de functie van onderwerp en in de tweede die van lijdend voorwerp. De coach _____ uitleg geeft, begint vroeg; de coach _____ wij bedanken, vertrekt morgen.
Options: die, dat, wie, hem
Question 14
Het toestel _____, moet onmiddellijk worden nagekeken.
Options: dat het tijdens de test uitvalt, die tijdens de test uitvallen, dat tijdens de test uitvalt
Question 15
Alleen volledig gecontroleerde dossiers gaan naar het archief. Welke zin combineert die betekenis met correcte woordvolgorde en komma’s? _____
Options: De dossiers, die volledig zijn gecontroleerd, gaan naar het archief., De dossiers die zijn volledig gecontroleerd gaan naar het archief., De dossiers die volledig zijn gecontroleerd, gaan naar het archief.
Practice Woordvolgorde en komma’s with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Woordvolgorde en komma’s in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.