Sort into columns

Bezig zijn met en aan het —
Woorden sorteren.

Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.

0 / 4 sets sorted0%

Question 1

Welke vorm van zijn past op de puntjes? Sorteer de zinnen in de tegenwoordige tijd.

Question 2

Plaats de zinnen bij een lopende activiteit of een gewone gewoonte.

Question 3

Sorteer op de formulering: een lopende activiteit, een taak met een gewoon zelfstandig naamwoord of een handeling met een infinitief als zelfstandig naamwoord.

Question 4

Sorteer de zinnen: is het patroon met aan het of bezig met correct gevormd?

Practice Bezig zijn met en aan het - Woorden sorteren with this interactive word-sorting exercise of 4 questions. Tap each word into the column it belongs in, then submit to check your answers and get detailed feedback on every set.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Bezig zijn met en aan het - Woorden sorteren in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.