Bezig zijn met aan het en een infinitief
Leer lopende handelingen beschrijven met aan het en een infinitief of met bezig zijn, en kies in Nederlandse zinnen de natuurlijke woordvolgorde.
Wil je zeggen dat een handeling op dit moment bezig is? Dan kun je zijn + aan het + infinitief gebruiken: Ik ben aan het koken. Je kunt ook zeggen dat iemand bezig is met een taak.
Na deze les kun je:
- een handeling beschrijven die nu gaande is;
- aan het + infinitief correct vormen;
- bezig zijn met gebruiken bij een activiteit of taak.
Zijn + aan het + infinitief
De constructie zijn + aan het + infinitief benadrukt dat een activiteit gaande is. De vorm van zijn past bij het onderwerp.
| Onderwerp | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| ik | ben | Ik ben aan het lezen. |
| jij / je | bent | Je bent aan het koken. |
| u | bent | U bent aan het wachten. |
| hij / zij / het | is | Zij is aan het bellen. |
| wij / jullie / zij | zijn | Wij zijn aan het verhuizen. |
Aan het blijft altijd hetzelfde. Daarna komt de hele infinitief: lezen, schilderen, opruimen.
Schrijf aan het als twee woorden. De infinitief blijft heel: Ik ben de kamer aan het opruimen, niet aan het ruim op.
Wanneer gebruik je deze vorm?
Gebruik de constructie als het verloop van de activiteit belangrijk is.
- Kun je later bellen? Ik ben aan het eten.
- Kijk, de kinderen zijn een sneeuwpop aan het maken.
- Toen ik binnenkwam, was Amir aan het schoonmaken.
Voor een gewone gewoonte is de tegenwoordige tijd vaak natuurlijker: Ik fiets elke dag naar mijn werk. Zeg niet automatisch Ik ben elke dag aan het fietsen als je alleen een vaste gewoonte bedoelt.
Ook zitten/staan/liggen te + infinitief kan een lopende handeling tonen: Ik zit te lezen.
Het Nederlands gebruikt een eenvoudige tegenwoordige tijd vaker dan sommige andere talen: Wat doe je? Ik kook. Ik ben aan het koken legt extra nadruk op de activiteit die nu loopt.
De plaats van andere woorden
Een voorwerp of korte bepaling staat meestal vóór aan het + infinitief.
- Ik ben een e-mail aan het schrijven.
- Noor is boven aan het studeren.
- We zijn de woonkamer aan het schilderen.
- Zijn jullie nog aan het vergaderen?
Het voorwerp staat vóór aan het + infinitief: niet Ik ben aan het schrijven een e-mail, maar Ik ben een e-mail aan het schrijven.
In een vraag staat de vorm van zijn vóór het onderwerp: Ben je het eten aan het maken? Bij inversie komt het onderwerp ook na de persoonsvorm: Op dit moment is de buurman de heg aan het knippen.
Bij een ontkenning staat niet vaak vóór aan het: Ik ben niet aan het klagen; ik leg het probleem uit. Met geen ontken je een zelfstandig naamwoord: Ik ben geen huiswerk aan het maken, ik ben aan het opruimen.
Aan de telefoon: Kun je nu praten?
Antwoord: Heel even. Ik ben het avondeten aan het maken en het water is al aan het koken.
Bezig zijn met een taak
Met bezig zijn met + zelfstandig naamwoord zeg je waaraan iemand werkt.
- Ik ben bezig met mijn huiswerk.
- De monteur is bezig met de reparatie.
- Wij zijn bezig met de voorbereiding van het feest.
- Waar bent u mee bezig?
Na met staat vaak een zelfstandig naamwoord. Een werkwoord kan als zelfstandig naamwoord worden gebruikt met het: Zij is bezig met het invullen van het formulier. Dat klinkt vaak wat formeler dan Zij is het formulier aan het invullen.
| Nadruk | Voorbeeld |
|---|---|
| activiteit die nu loopt | Ik ben de keuken aan het opruimen. |
| taak of project | Ik ben bezig met de keuken. |
| handeling als naam | Ik ben bezig met het opruimen van de keuken. |
Quick check
Try one question now.
Check your answer when you are ready. No sign-in needed.
Bezig zijn om iets te doen
Je kunt ook bezig zijn om te + infinitief horen. Die vorm klinkt iets formeler en kan meer nadruk leggen op de duur; aan het + infinitief en bezig zijn met zijn voor A2 vaak het duidelijkst.
- natuurlijk: We zijn de koffers aan het pakken.
- natuurlijk: We zijn bezig met de koffers.
- iets formeler: We zijn bezig om de koffers te pakken.
Kies één helder patroon en meng de onderdelen niet. Ik ben bezig met aan het koken is niet het gewone patroon.
Gebruik aan het + infinitief als je de lopende handeling wilt noemen. Gebruik bezig met + naamwoord als de taak of het project centraal staat.
Verleden en toekomst
Je kunt de tijd veranderen door zijn te veranderen.
- Nu: Ik ben aan het werken.
- Gisteren om tien uur: Om tien uur was ik aan het werken.
- Morgen om tien uur: Morgen om tien uur ben ik aan het werken.
Aan het werk is ook een vaste uitdrukking met een zelfstandig naamwoord: Ik ben aan het werk. Dat is iets anders dan aan het + infinitief.
In het verleden is was/waren aan het + infinitief handig om een achtergrondhandeling te noemen: Wij waren aan het eten toen de telefoon ging.
Zelf controleren
Controleer een zin met een lopende handeling:
- Past de vorm van zijn bij het onderwerp en de tijd?
- Staan aan en het allebei in de zin?
- Staat de hele infinitief achteraan?
- Gebruik je met alleen in een patroon met een taak of een zelfstandig gebruikte handeling?
Het belangrijkste contrast is: Ik kook vaak voor een gewoonte en Ik ben aan het koken voor een activiteit die nu bezig is.
You reached the end
You reached the endNow make it stick.
Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.
Was this lesson helpful?
Vocabulary in this lesson
34 words, ready to study.
Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.
Save any of these 34 words and review them later.
Lopende activiteiten met aan het
34 wordsLast updated October 11, 2026