Fill in the blank

Van wie is het?

Kies het bezittelijke voornaamwoord dat bij de genoemde bezitter en de situatie past.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Ik heb een nieuwe fiets. _____ fiets staat voor het huis.

Options: Mijn, Jouw, Zijn

Question 2

Mijn vriend zoekt zijn telefoon. Ik vraag hem: "Waar is _____ telefoon?"

Options: jij, je, jou

Question 3

Deze blauwe jas is van mij. Is de groene jas _____ jas of die van Noor?

Options: jij, jou, jouw

Question 4

De baliemedewerker zegt beleefd tegen de klant: "Ik zie hier _____ afspraak voor tien uur."

Options: uw, jouw, hun

Question 5

Omar heeft een jas gekocht. _____ jas hangt nu in de gang.

Options: Haar, Zijn, Hun

Question 6

Noor kan haar sleutel niet vinden. _____ sleutel ligt nog op tafel.

Options: Zijn, Hun, Haar

Question 7

De kinderen hebben een hond. _____ hond heet Max.

Options: Hun, Zijn, Haar

Question 8

Ik praat met Sam en Vera over de les die zij volgen: "Wanneer begint _____ les?"

Options: hun, jullie, onze

Question 9

Mijn collega en ik werken samen in één kantoor. _____ kantoor ligt naast de receptie.

Options: Onze, Mijn, Ons

Question 10

Mijn collega en ik hebben samen een afspraak. _____ afspraak begint om negen uur.

Options: Onze, Ons, Hun

Question 11

Mijn zus en ik nemen alle koffers mee. _____ koffers staan al bij de deur.

Options: Ons, Onze, Jullie

Question 12

Wij hebben een klein huisje aan zee. _____ huisje heeft een blauwe deur.

Options: Onze, Hun, Ons

Question 13

Daan komt binnen. Hij zet _____ naast zijn stoel.

Options: zijn nieuwe tas, zijn de nieuwe tas, hem nieuwe tas

Question 14

Lotte gaat naar de bibliotheek. Ze brengt _____ terug.

Options: haar dik boek, haar dikke boek, het haar dikke boek

Question 15

Mijn buren hebben één kind. _____ kind gaat volgend jaar naar school.

Options: Hun het, Hen, Hun

Practice Van wie is het? with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Van wie is het? in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.