Fill in the blank

Deelwoorden als eigenschap

Kies de vorm die correct bij het zelfstandig naamwoord past.

0 / 14 blanks filled0%

Question 1

We zoeken een _____ alarmsysteem.

Options: werkend, werkende, gewerkt, werken

Question 2

Het _____ alarmsysteem gaf direct een signaal.

Options: werkend, werkende, gewerkt, werkenden

Question 3

De _____ reizigers stonden al op het perron.

Options: gewacht, wachtend, wachtende, wachtten

Question 4

Een _____ pakket werd bij de buren bezorgd.

Options: beschadigde, beschadigen, beschadigend, beschadigd

Question 5

De _____ winkel opent morgen weer.

Options: gesloten, geslotene, gesloot, sluitende

Question 6

De gisteren _____ factuur bevatte een fout.

Options: verstuurd, verstuurde, verstuurt, verstuurden

Question 7

De _____ kinderen luisterden naar het verhaal.

Options: geslapen, slapend, slapende, sliepen

Question 8

Het _____ contract ligt bij de notaris.

Options: ondertekend, ondertekent, ondertekenend, ondertekende

Question 9

Een snel _____ organisatie heeft duidelijke afspraken nodig.

Options: groeiende, gegroeid, groeiend, groeide

Question 10

De door de monteur _____ fiets rijdt weer soepel.

Options: gerepareerd, gerepareerde, reparerende, repareerde

Question 11

Op de foto staat een _____ kind naast twee _____ ouders.

Options: lachende, gelachen, lachend, lachte, lachten

Question 12

De _____ verslagen en de gisteren _____ brieven zijn in het archief opgeslagen.

Options: geschrevende, schrijvende, geschreven, geschreefde, verstuurd, verstuurt, verstuurde, verstuurden

Practice Deelwoorden als eigenschap with this interactive fill-in-the-blank exercise of 12 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Deelwoorden als eigenschap in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.