Fill in the blank

Redactionele keuzes bij grensgevallen

Kies de passende werkwoordsvorm of de analyse die rekening houdt met de aanvaardbare varianten.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Het aantal meldingen dat de medewerkers nog moeten behandelen, _____ onrustbarend snel.

Options: stijgt, stijgen, stegen

Question 2

In «Een groot aantal woningen staat leeg» benadrukt groot de hoeveelheid als eenheid. Wat volgt daaruit voor de variant staan? _____.

Options: Staan wordt mogelijk zodra groot vervalt, maar past niet met dat bijvoeglijk naamwoord, Staat benadrukt de hoeveelheid als eenheid; staan is eveneens aanvaardbaar, Staan past bij een groot aantal, terwijl staat de vervanging van een door het vereist

Question 3

De inkoper vergelijkt beide producten afzonderlijk: de rijst en de bonen _____ elk bij een andere leverancier besteld.

Options: wordt, werd, worden

Question 4

De directeur ondertekent de verklaring, of de medewerkers _____ haar gezamenlijk.

Options: ondertekenen, ondertekent, ondertekende

Question 5

Precies één persoon voert de controle uit: de inspecteur of ik. Welke herschrijving geeft beide alternatieven een eigen passende persoonsvorm? _____.

Options: De inspecteur voer de controle uit, of ik voer de controle uit., De inspecteur voert de controle uit, of ik voert de controle uit., De inspecteur voert de controle uit, of ik voer de controle uit.

Question 6

De archivaris opent het depot, of de conservator _____ het; volgens het rooster werkt er telkens precies één van hen.

Options: openen, opent, openden

Question 7

Bij «Zowel de fotograaf als de journalist is aanwezig» stelt een collega zijn voor. De twee personen zijn afzonderlijk uitgenodigd. _____.

Options: Zijn is gebruikelijk bij afzonderlijke referenten, maar is blijft bij deze twee enkelvoudige leden aanvaardbaar, Is past bij afzonderlijke uitnodigingen, terwijl zijn een gezamenlijke uitnodiging veronderstelt, Zijn past bij deze personen, terwijl is veronderstelt dat beide beroepen door dezelfde persoon worden uitgeoefend

Question 8

Voor deze berekening _____ dertig procent genoeg; de helft van de voorraad _____ beschikbaar.

Options: zijn, waren, is, blijft, blijven, bleven

Question 9

Volgens de schoenmaker _____ dit paar schoenen als één compleet stel worden verkocht.

Options: moeten, moet, moesten

Question 10

Een redacteur vergelijkt «Zij is een van de medewerkers die nachtdiensten draait» met dezelfde zin met draaien. Zonder verdere context luidt het volledige oordeel: _____.

Options: draaien vereist dat zij zelf buiten de beschreven groep valt, draait verwijst naar alle medewerkers samen, terwijl draaien één medewerker afzondert, beide vormen komen voor; degene die maakt een individuele lezing explicieter

Question 11

De geselecteerde vertaler, die als enige van de kandidaten vandaag beschikbaar _____, neemt de opdracht aan.

Options: is, zijn, waren

Question 12

De redacteur verduidelijkt «Het probleem is de hoge kosten» door het enkelvoudige onderwerp te behouden: «Het probleem _____ uit de hoge kosten.»

Options: bestaan, bestaat, bestonden

Question 13

De verhuizer zet de opsomming voorop om variatie na presentatief er te vermijden: «Een schrift en twee mappen _____ op de tafel.»

Options: ligt, lag, liggen

Question 14

De penningmeester _____ aanwezig, en de notulisten ook.

Options: waren, zijn, was

Practice Redactionele keuzes bij grensgevallen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 14 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Redactionele keuzes bij grensgevallen in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.