Question 1
Een reiziger kan door een storing niet vertrekken. Welke formulering gebruikt hiervoor gangbaar Nederlands? De reiziger _____.
Options: is onvertrekbaar, kan niet vertrekken, is vertrekloos
Kies de vorm, analyse of formulering die aan de genoemde betekenis en spellingvoorwaarden voldoet.
Question 1
Een reiziger kan door een storing niet vertrekken. Welke formulering gebruikt hiervoor gangbaar Nederlands? De reiziger _____.
Options: is onvertrekbaar, kan niet vertrekken, is vertrekloos
Question 2
Na een korte aarzeling herinner ik me hoe zij heet. Welke formulering is gangbaar? Ik _____.
Options: herweet de naam, herinner de naam weer, weet de naam weer
Question 3
Op een verpakking staat ‘brandbaar’. In ‘het materiaal brandt’ heeft branden geen lijdend voorwerp. Dit laat zien dat _____.
Options: er vaste uitzonderingen op het gebruikelijke patroon met -baar bestaan, elk werkwoord zonder lijdend voorwerp vrij met -baar kan worden gecombineerd, brandbaar daarom geen gangbaar Nederlands woord is
Question 4
Met het beschikbare budget en personeel is het renovatieplan haalbaar. Haalbaar betekent hier dat het plan _____.
Options: kan worden opgehaald, kan worden uitgevoerd, kan worden ingehaald
Question 5
Een onderzoek gaat over hoe veilig het verkeer is. Welk bouwpad geeft de betekenislagen van ‘verkeersveiligheidsonderzoek’ van binnen naar buiten weer? _____.
Options: veilig + onderzoek → veiligheidsonderzoek → verkeersveiligheidsonderzoek, verkeer + veilig → verkeersveilig → verkeersveiligonderzoek → verkeersveiligheidsonderzoek, verkeer + veilig → verkeersveilig → verkeersveiligheid → verkeersveiligheidsonderzoek
Question 6
Een vereniging noemt een kar voor het delen van gereedschap een ‘gereedschapsdeelkar’. Welke directe rechterbouwsteen herken je in dit woord? _____.
Options: deelkar, zelf opgebouwd uit deel en kar, gereedschapsdeel, zelf opgebouwd uit gereedschap en deel, gereedschap, zonder verdere rechterbouwsteen
Question 7
De club verkoopt een ‘sporttas’ van ‘geurloos’ materiaal. Welke analyse van deze twee woorden klopt? _____.
Options: Beide woorden zijn samenstellingen, Het eerste woord is een samenstelling; het tweede is een afleiding, Het eerste woord is een afleiding; het tweede is een samenstelling
Question 8
De vereniging verzorgt een programma dat via de ether te beluisteren is. Welke spelling gebruikt het vereiste koppelteken bij de klinkerbotsing? We luisteren naar de _____.
Options: radio-uitzending, radiouitzending, radio uitzending
Question 9
Kies de officiële spelling met de juiste tussenletters: voor het ontbijt bestellen we een _____ en een glas _____.
Options: pannekoek, pannenkoek, pannen koek, bessesap, bessen sap, bessensap
Question 10
Welke spellingen bevatten de juiste tussenletters? Door het raam viel een _____ op het tubetje _____.
Options: zonnestraal, zonnenstraal, zonne straal, secondenlijm, secondelijm, seconde lijm
Question 11
De bewoners plannen een buurtdag. Een redacteur wil een tussen-n toevoegen. Welke reactie klopt? _____.
Options: Een samenstelling van twee zelfstandige naamwoorden krijgt altijd een tussen-n, Het aantal deelnemende buurten bepaalt of buurtdag een tussen-n krijgt, Buurtdag heeft geen tussenklank; de tussen-n-regel is hier niet van toepassing
Question 12
Een rapport onderzoekt de vriendelijkheid in het gebruik van een website. Kies de spelling met beide vereiste tussen-s'en: het _____ is afgerond.
Options: gebruiksvriendelijkheidsonderzoek, gebruikvriendelijkheidsonderzoek, gebruiksvriendelijkheidonderzoek
Question 13
Schrijf zonder facultatieve koppeltekens, maar behoud verplichte koppeltekens: het _____ krijgt straks een _____.
Options: marketing team, marketingteam, marketing-team, smsbericht, sms bericht, sms-bericht
Question 14
Kies de vormen met behoud van de bijzondere spelling van het eerste deel, zonder extra facultatieve koppeltekens: de _____ van de _____ staat in de brief.
Options: e-mailcode, emailcode, e mailcode, randstadgemeente, Randstadgemeente, Randstad gemeente
Question 15
Het koppelteken in ‘tweedekans-onderwijs’ is _____. Een nieuw woord met meerdere mogelijke betekenissen kun je in een regeling beter _____.
Options: verplicht, verboden, facultatief, vervangen door een precieze omschrijving, verduidelijken door alleen spaties tussen de woorddelen te zetten, ondubbelzinnig maken door alleen een koppelteken toe te voegen
Practice Van woordbouw naar een duidelijke tekst with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Van woordbouw naar een duidelijke tekst in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.