Question 1
In de woonkamer staat een tafel. _____ tafel is van hout.
Options: Het, De, Een
Kies het juiste lidwoord. Let op of een woord nieuw of al bekend is en leer de of het samen met het woord.
Question 1
In de woonkamer staat een tafel. _____ tafel is van hout.
Options: Het, De, Een
Question 2
Op mijn bureau ligt een boek. _____ boek is van de bibliotheek.
Options: Een, De, Het
Question 3
Bij de ingang zie ik voor het eerst _____ hond met een rode riem.
Options: een, het, de
Question 4
Morgen bezoekt Amir _____ dokter die hem altijd behandelt.
Options: het, een, de
Question 5
We wachten bij _____ station dat op onze kaartjes staat.
Options: de, het, een
Question 6
Sara praat met _____ buurvrouw over wie ze gisteren al vertelde.
Options: de, een, het
Question 7
Er speelt een kind voor het huis. _____ kind draagt een gele jas.
Options: De, Een, Het
Question 8
De boer borstelt _____ paard dat altijd in deze stal staat.
Options: het, de, een
Question 9
Lina wacht bij de poort. _____ vrouw naast haar is haar moeder.
Options: Het, Een, De
Question 10
Het eten voor vanavond staat klaar. _____ eten ruikt lekker.
Options: Een, Het, De
Question 11
Bij ons in de wijk staat maar één school. _____ school ligt naast het park.
Options: De, Het, Een
Question 12
We praten over 2025. _____ jaar begon op een woensdag.
Options: De, Een, Het
Question 13
Mila is een meisje uit mijn klas. _____ meisje woont vlak bij mij.
Options: Een, Het, De
Question 14
In mijn woordenlijst schrijf ik niet alleen huis, maar _____ huis.
Options: het, een, de
Practice De of het in huis en buurt with this interactive fill-in-the-blank exercise of 14 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using De of het in huis en buurt in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.