Question 1
Ik leg _____ boek op tafel en zet _____ boeken terug in de kast.
Options: de, het, deze, dit
Kies het juiste bepaalde lidwoord. Vergelijk enkelvoud, meervoud en verkleinwoorden.
Question 1
Ik leg _____ boek op tafel en zet _____ boeken terug in de kast.
Options: de, het, deze, dit
Question 2
Beneden is _____ raam open; boven zijn _____ ramen dicht.
Options: het, de, deze, dit
Question 3
_____ kind bij de deur wacht op _____ kinderen uit de klas.
Options: De, Het, Deze, de, het, dit
Question 4
_____ paard in de wei kijkt naar _____ paarden bij de stal.
Options: Het, De, Deze, het, de, dit
Question 5
_____ hond van Eva loopt naast _____ honden van haar buren.
Options: De, Het, Dit, het, de, dit
Question 6
We lopen door _____ straat bij ons huis en daarna door _____ straten rond het plein.
Options: het, de, dit
Question 7
Naast de grote tafel staat _____ tafeltje voor het kind.
Options: de, het, deze
Question 8
_____ hondje met de blauwe halsband slaapt in de mand.
Options: Het, De, Deze
Question 9
Op de plank staat _____ boekje dat bij deze cursus hoort.
Options: het, de, deze
Question 10
De kamer heeft één klein raam: _____ raampje naast de deur.
Options: de, een, het
Question 11
We wandelen door _____ straatje achter het station.
Options: de, het, deze
Question 12
Op de foto zie je _____ school, _____ scholen en _____ schooltje in het dorp.
Options: de, het, dit, deze
Question 13
De kast bevat meer dan één boek. _____ boeken staan per onderwerp bij elkaar.
Options: Het, De, Een
Question 14
Voor mijn verjaardag krijg ik een klein paard van hout. _____ paardje staat nu op mijn bureau.
Options: Een, De, Het
Practice Van één naar meer en kleiner with this interactive fill-in-the-blank exercise of 14 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Van één naar meer en kleiner in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.