Question 1
_____ lopen na school langs de _____ met hoog gras.
Options: Wei, Wij, Wy, wij, wy, wei
Kies in elke zin het woord met de juiste betekenis en spelling.
Question 1
_____ lopen na school langs de _____ met hoog gras.
Options: Wei, Wij, Wy, wij, wy, wei
Question 2
Geef je _____ een cadeau? Ik ben op tien _____ jarig.
Options: mij, mei, my
Question 3
_____ wandelt met zijn hond op de _____.
Options: Hei, Hy, Hij, hei, hij, hy
Question 4
Wij _____ met de trein. Een andere _____ zit naast ons.
Options: rijzen, reizen, reyzen, reyziger, rijziger, reiziger
Question 5
De wedstrijd begint over _____ minuten.
Options: vijf, veif, vyf
Question 6
Op spoor drie staat de _____ naar Utrecht klaar.
Options: treyn, trein, trijn
Question 7
Het _____ met de rode jas wacht bij de bushalte.
Options: meisje, mijsje, meysje
Question 8
Dit is _____ kaartje; jouw kaartje ligt op tafel.
Options: mein, myn, mijn
Question 9
Vanaf de toren kun je ver over de stad _____.
Options: keiken, kijken, kyken
Question 10
Doe je fietslicht aan, zodat je in het donker _____ rijdt.
Options: veilig, vijlig, veylig
Question 11
De grote doos past niet in deze _____ kast.
Options: klijne, kleyne, kleine
Question 12
We moeten binnen _____, want buiten regent het hard.
Options: bleiven, blyven, blijven
Question 13
Aan het _____ van de reis hebben we nog genoeg _____ voor een kop koffie.
Options: ijnde, einde, eynde, teid, tyd, tijd
Question 14
_____ woont naast mij. Gisteren _____ ze hallo.
Options: Zij, Zei, Zy, zij, zei, zy
Question 15
Er ligt _____ op het water. De school heeft één _____: niemand loopt op het bevroren water.
Options: ijs, eis, ys
Practice Woorden op weg with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Woorden op weg in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.