De klanken ij en ei
Leer waarom ij en ei hetzelfde klinken maar anders worden geschreven, oefen veelvoorkomende woorden en kies de spelling met hulp van betekenis.
De lettercombinaties ij en ei klinken in het Standaardnederlands meestal hetzelfde. Je kunt de spelling dus niet alleen aan de klank horen: je moet het woord en zijn betekenis kennen.
Na deze les kun je:
- de klank van ij en ei herkennen;
- veelvoorkomende woorden met ij of ei schrijven;
- de betekenis gebruiken bij woorden die hetzelfde klinken;
- ij correct met twee letters en met hoofdletters schrijven.
Eén klank, twee spellingen
De ij heet ook wel lange ij. De ei heet ook wel korte ei. Die namen gaan over de spelling, niet over de lengte van de klank. In het Standaardnederlands klinken ze gelijk.
Begin met je mond een beetje open, ongeveer zoals bij de e in bed. Beweeg je tong dan iets omhoog en sluit je mond een beetje, in de richting van de ie in zien. Houd je lippen ontspannen, niet rond. Maak één vloeiende klank: ei, ijs.
| Met ij | Met ei |
|---|---|
| jij, wij, hij | ei, klein, trein |
| mijn, zijn, vijf | meisje, plein, weinig |
| tijd, kijken, blijven | reis, veilig, einde |
Je hoort normaal geen verschil tussen lange ij en korte ei. Leer daarom altijd de spelling samen met het hele woord.
De uitzondering: -lijk
Aan het einde van woorden zoals moeilijk, vriendelijk en tijdelijk klinkt ij in -lijk anders: je hoort een korte, doffe klank. Je zegt moeilijk ongeveer als ‘moei-luk’, met de nadruk op ‘moei’.
De betekenis helpt
Sommige woorden met ij en ei klinken precies hetzelfde. De zin laat zien welk woord je nodig hebt.
| Woord met ij | Woord met ei |
|---|---|
| wij: ik en andere mensen | wei: een veld met gras |
| mij: een vorm van ik, zoals in ‘Zij ziet mij’ | mei: een maand |
| hij: een man of jongen | hei: een veld met lage planten |
| zij: een vrouw of meisje | zei: verleden tijd van zeggen, zoals in ‘Gisteren zei hij hallo’ |
| ijs: bevroren water | eis: iets dat je van iemand vraagt en dat moet gebeuren |
Wij lopen naar school. De koe staat in de wei.
Dit cadeau is voor mij. In mei is het vaak mooi weer.
Hij woont hier. We wandelen op de hei.
Zij woont in Utrecht. Hij zei niets.
Er ligt ijs op het water. De school stelt een duidelijke eis: iedereen komt op tijd.
Leer woorden in families
De spelling blijft vaak zichtbaar in woorden van dezelfde familie. Leer twee of drie vormen samen.
- kijk – kijkt – kijken;
- tijd – tijden – tijdelijk;
- trein – treinen – treintje;
- reis – reizen – reiziger.
In tijdelijk blijft de ij van tijd hetzelfde klinken. De tweede ij staat in -lijk en klinkt anders, zoals je in sectie 1 hebt gelezen.
Maak je een meervoud of een verkleinwoord? Behoud dan de ij of ei van het woord: trein → treinen → treintje en tijd → tijden → tijdje. Ken je de spelling van het woord al? Dan helpt die je bij de nieuwe vorm.
Maak in je woordenlijst twee kolommen: ij en ei. Schrijf bij elk nieuw woord ook een korte voorbeeldzin of een woord uit dezelfde familie.
Woorden met -heid
De uitgang -heid schrijf je altijd met ei, ook na een woord met ij: vrij → vrijheid en moeilijk → moeilijkheid. In die nieuwe woorden staan dus zowel ij als ei.
Quick check
Try one question now.
Check your answer when you are ready. No sign-in needed.
IJ is i plus j
De ij bestaat uit de twee letters i en j. Typ dus eerst de i en daarna de j. De y is een andere letter en heet ook Griekse ij of i-grec; de ij noemen we lange ij.
Aan het begin van een naam worden beide letters hoofdletters:
- IJssel;
- IJmuiden;
- IJsland.
Ook als een gewoon woord met ij aan het begin van een zin staat, worden beide letters hoofdletters: IJs is koud.
Schrijf geen y waar een woord ij nodig heeft. Myn en ys zijn fout; correct zijn mijn en ijs.
Sommige toetsenborden en tekstverwerkers voegen één teken in waarin de i en de j aan elkaar vastzitten. Gebruik bij het typen de twee losse letters i en j: ij.
Zo kies je de spelling
- Luister naar de hele zin.
- Bepaal de betekenis van het woord.
- Denk aan een bekende woordfamilie.
- Zet het woord bij twijfel in je eigen ij- of ei-kolom uit de tip hierboven, met een korte voorbeeldzin.
Je praat over de maanden van het jaar. Je hoort: ‘Zij denkt aan m…’ Schrijf je mij of mei? Beide woorden passen bij de klank en kunnen in deze zin staan.
Bij stap 2 kijk je naar de betekenis: zij denkt aan een maand. Je kiest dus mei. Mij verwijst naar een persoon en past niet bij deze betekenis.
Bij stap 3 denk je aan de woordfamilie: ken je meimaand al? Dan helpt de ei in meimaand je om mei te schrijven.
De volledige zin is: Zij denkt aan mei.
Kort overzicht
| Geheugensteun | Voorbeelden |
|---|---|
| de uitgang -lijk schrijf je met ij | moeilijk, vriendelijk, tijdelijk |
| de uitgang -heid schrijf je met ei | vrijheid, moeilijkheid, gezondheid |
| deze veelvoorkomende woorden schrijf je met ei | klein, trein, plein, meisje |
| deze woorden voor personen schrijf je met ij | jij, wij, hij |
| ook bij deze woorden voor bezit schrijf je ij | mijn boek, zijn tas |
| meervouden en verkleinwoorden behouden ij of ei | tijd – tijden – tijdje; trein – treinen – treintje |
| aan het begin van een naam of zin wordt ij → IJ | IJssel, IJmuiden, IJsland; IJs is koud. |
You reached the end
You reached the endNow make it stick.
Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.
Was this lesson helpful?
Vocabulary in this lesson
35 words, ready to study.
Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.
Save any of these 35 words and review them later.
Veelgebruikte woorden met ij en ei
35 wordsLast updated October 11, 2026