Fill in the blank

Ontvanger en overdracht

Kies de vorm die de ontvanger en het overgedragen object correct centraal stelt.

0 / 12 blanks filled0%

Question 1

De onderzoeker _____ voor haar nieuwe project.

Options: kreeg extra budget toegekend, kreeg extra budget toekennen, kregen extra budget toegekend

Question 2

Tijdens de vergadering _____ aan de sportclub toegekend.

Options: kreeg een subsidie, werd een subsidie, werden een subsidie

Question 3

In Noor kreeg een beurs toegekend is Noor de _____.

Options: overgedragen object, uitvoerder van het toekennen, ontvanger en het onderwerp

Question 4

Bij de receptie _____ voor de fietsenstalling.

Options: kreeg de hotelgast een sleutel overhandigd, kregen de hotelgast een sleutel overhandigd, kreeg de hotelgast een sleutel overhandigen

Question 5

Het bedrijf stuurt alle klanten een toegangscode toe. Alle klanten _____.

Options: krijgt een toegangscode toegestuurd, krijgen een toegangscode toegestuurd, worden een toegangscode toesturen

Question 6

Het museum _____ voor de uitbreiding van de collectie.

Options: kregen enkele schilderijen geschonken, kreeg enkele schilderijen schenken, kreeg enkele schilderijen geschonken

Question 7

Wij _____ na de annulering van de voorstelling.

Options: kregen het aankoopbedrag terugbetaald, kreeg het aankoopbedrag terugbetaald, kregen het aankoopbedrag terugbetalen

Question 8

De redacteuren _____ tijdens het overleg.

Options: werden één voorstel voorgelegd, kregen één voorstel voorgelegd, kregen één voorstel voorleggen

Question 9

U _____ morgen de bevestiging toegestuurd.

Options: krijgen, kreeg, krijgt

Question 10

De deelnemers _____ na afloop een certificaat uitgereikt.

Options: krijgen, krijgt, kreeg

Question 11

Vorige week _____ de chauffeur een boete opgelegd.

Options: krijgt, kreeg, kregen

Question 12

Tijdens de ceremonie van gisteren _____ de winnaars hun medailles uitgereikt.

Options: kreeg, krijgen, kregen

Practice Ontvanger en overdracht with this interactive fill-in-the-blank exercise of 12 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Ontvanger en overdracht in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.