Question 1
De onderzoeker _____ voor haar nieuwe project.
Options: kreeg extra budget toegekend, kreeg extra budget toekennen, kregen extra budget toegekend
Kies de vorm die de ontvanger en het overgedragen object correct centraal stelt.
Question 1
De onderzoeker _____ voor haar nieuwe project.
Options: kreeg extra budget toegekend, kreeg extra budget toekennen, kregen extra budget toegekend
Question 2
Tijdens de vergadering _____ aan de sportclub toegekend.
Options: kreeg een subsidie, werd een subsidie, werden een subsidie
Question 3
In Noor kreeg een beurs toegekend is Noor de _____.
Options: overgedragen object, uitvoerder van het toekennen, ontvanger en het onderwerp
Question 4
Bij de receptie _____ voor de fietsenstalling.
Options: kreeg de hotelgast een sleutel overhandigd, kregen de hotelgast een sleutel overhandigd, kreeg de hotelgast een sleutel overhandigen
Question 5
Het bedrijf stuurt alle klanten een toegangscode toe. Alle klanten _____.
Options: krijgt een toegangscode toegestuurd, krijgen een toegangscode toegestuurd, worden een toegangscode toesturen
Question 6
Het museum _____ voor de uitbreiding van de collectie.
Options: kregen enkele schilderijen geschonken, kreeg enkele schilderijen schenken, kreeg enkele schilderijen geschonken
Question 7
Wij _____ na de annulering van de voorstelling.
Options: kregen het aankoopbedrag terugbetaald, kreeg het aankoopbedrag terugbetaald, kregen het aankoopbedrag terugbetalen
Question 8
De redacteuren _____ tijdens het overleg.
Options: werden één voorstel voorgelegd, kregen één voorstel voorgelegd, kregen één voorstel voorleggen
Question 9
U _____ morgen de bevestiging toegestuurd.
Options: krijgen, kreeg, krijgt
Question 10
De deelnemers _____ na afloop een certificaat uitgereikt.
Options: krijgen, krijgt, kreeg
Question 11
Vorige week _____ de chauffeur een boete opgelegd.
Options: krijgt, kreeg, kregen
Question 12
Tijdens de ceremonie van gisteren _____ de winnaars hun medailles uitgereikt.
Options: kreeg, krijgen, kregen
Practice Ontvanger en overdracht with this interactive fill-in-the-blank exercise of 12 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Ontvanger en overdracht in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.