Question 1
De bus naar het vliegveld _____ om zeven uur.
Options: vertrekt, om zeven uur vertrekt, vertrekken
Kies de woorden die de mededeling natuurlijk afmaken. Zet de persoonsvorm op de tweede zinsdeelplaats.
Question 1
De bus naar het vliegveld _____ om zeven uur.
Options: vertrekt, om zeven uur vertrekt, vertrekken
Question 2
Mijn twee jongste neven _____ in Zeeland.
Options: elke zomer kamperen, kamperen elke zomer, kampeert elke zomer
Question 3
De kleine hond van mijn buren _____ in de tuin.
Options: vaak speelt, spelen vaak, speelt vaak
Question 4
Morgen na de lunch _____.
Options: bezoekt Fatima haar tante, Fatima bezoekt haar tante, Fatima haar tante bezoekt
Question 5
Om half negen _____.
Options: de apotheek opent, opent de apotheek, openen de apotheek
Question 6
Aan het einde van de middag _____.
Options: Ben ontmoet zijn dochter, Ben zijn dochter ontmoet, ontmoet Ben zijn dochter
Question 7
Voor de ingang van het museum _____.
Options: wacht de gids op de groep, de gids wacht op de groep, de gids op de groep wacht
Question 8
In het dorp naast de rivier _____.
Options: mijn grootouders wonen, wonen mijn grootouders, woont mijn grootouders
Question 9
Op het plein bij het station _____.
Options: twee taxi’s staan, staat twee taxi’s, staan twee taxi’s
Question 10
Elke woensdagavond _____.
Options: koken mijn huisgenoten samen, mijn huisgenoten koken samen, mijn huisgenoten samen koken
Question 11
Volgende maand _____.
Options: onze docent verhuist naar Groningen, verhuist onze docent naar Groningen, onze docent naar Groningen verhuist
Question 12
Achter de grote kerk _____.
Options: een rustige tuin ligt, liggen een rustige tuin, ligt een rustige tuin
Question 13
De nieuwe leraar uit Rotterdam _____ met onze klas.
Options: werkt vandaag, vandaag werkt, werken vandaag
Question 14
Mijn ouders en mijn zus _____.
Options: elke zondag vroeg ontbijten, ontbijten elke zondag vroeg, ontbijt elke zondag vroeg
Question 15
Aan de andere kant van het park _____.
Options: een groep kinderen speelt, spelen een groep kinderen, speelt een groep kinderen
Practice Maak de hoofdzin af with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Maak de hoofdzin af in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.