Question 1
De agenda is vrijdag helemaal leeg. De afdeling heeft voor die dag _____ gepland.
Options: niet overleg, geen overleg, overleg geen
Kies de natuurlijke ontkenning die past bij het voorwerp en de werkwoordelijke structuur.
Question 1
De agenda is vrijdag helemaal leeg. De afdeling heeft voor die dag _____ gepland.
Options: niet overleg, geen overleg, overleg geen
Question 2
Dit specifieke overleg blijft op hetzelfde tijdstip in de agenda staan. De manager heeft _____.
Options: het niet afgezegd, het gisteren afgezegd, het naar morgen verplaatst
Question 3
Door een defect doet de printer helemaal niets. De printer kan vandaag _____.
Options: werken niet, geen werken, niet werken
Question 4
Tijdens vergaderingen laat Eva iedereen uitpraten. Ze probeert haar collega’s _____.
Options: niet te onderbreken, steeds te onderbreken, wel te onderbreken
Question 5
Uw reservering staat nog als aanvraag in het systeem. We hebben de reservering dus _____.
Options: bevestigd niet, geen bevestigd, niet bevestigd
Question 6
Het noodzakelijke vervangende onderdeel komt pas morgen. De monteur zal de storing vandaag _____.
Options: kunnen verhelpen niet, niet kunnen verhelpen, geen kunnen verhelpen
Question 7
De badges moeten in het congrescentrum blijven. Bezoekers mogen ze _____.
Options: meenemen niet, niet meenemen, geen meenemen
Question 8
Het conflict is opgelost en houdt me niet meer bezig. Ik denk _____.
Options: niet er meer aan, er geen meer aan, er niet meer aan
Question 9
De strook moet dag en nacht vrij blijven. Omdat bezoekers hier _____, blijft die bereikbaar voor hulpdiensten.
Options: niet mogen parkeren, wel mogen parkeren, alleen overdag mogen parkeren
Question 10
Mijn oproepenlijst is leeg. De coördinator heeft mij gisteren vanuit kantoor _____.
Options: gebeld niet, niet gebeld, geen gebeld
Question 11
Vanwege de vertrouwelijke inhoud is het dossier extra beveiligd opgeborgen. De medewerker heeft het dossier _____, maar in de kluis gelegd.
Options: niet in het archief, in het niet archief, in geen het archief
Question 12
De folder noemt routes en tijden, maar niets over prijzen. De folder bevat _____ over de prijzen.
Options: niet informatie, informatie geen, geen informatie
Question 13
Het team bestelde twee tablets, dus meer dan één. Kies: "Het team bestelde _____."
Options: één tablet, geen tablets, niet één tablet, maar twee
Question 14
De printer maakt geen enkel geluid. De printer is _____.
Options: niet hoorbaar, hoorbaar niet, geen hoorbaar
Question 15
Onze reis is geannuleerd; de nieuwe bestemming is nog onbekend. We reizen _____.
Options: naar niet Groningen, niet naar Groningen, geen naar Groningen
Practice Niet en geen in werkwoordelijke patronen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Niet en geen in werkwoordelijke patronen in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.