Question 1
Ik _____ vanavond voor mijn examen studeren.
Options: ga, gaat, gaan
Kies de juiste vorm van gaan of de infinitief bij het plan.
Question 1
Ik _____ vanavond voor mijn examen studeren.
Options: ga, gaat, gaan
Question 2
_____ jij morgen je oma bellen?
Options: Gaat, Ga, Gaan
Question 3
U _____ volgende week met de cursus beginnen.
Options: gaan, ga, gaat
Question 4
Noor _____ volgend jaar een opleiding volgen.
Options: gaat, ga, gaan
Question 5
Wij _____ zondag samen koken.
Options: gaat, gaan, ga
Question 6
In juli _____ door België reizen.
Options: jullie gaan, gaat jullie, gaan jullie
Question 7
De buren gaan hun huis _____.
Options: verkopen, verkoopt, verkocht
Question 8
Mila gaat morgen thuis _____.
Options: werkt, werken, werkte
Question 9
Welke zin heeft de gewone woordvolgorde? _____
Options: Wij schilderen gaan zaterdag de kamer., Wij gaan schilderen zaterdag de kamer., Wij gaan zaterdag de kamer schilderen.
Question 10
Ik heb al een besluit genomen voor dit weekend: ik _____.
Options: ga mijn ouders bezoeken, ga mijn ouders bezoekt, gaat mijn ouders bezoeken
Question 11
We hebben verf gekocht en een datum gekozen. We _____.
Options: gaat de keuken schilderen, gaan de keuken schilderen, gaan de keuken schildert
Question 12
Amir heeft zich al ingeschreven. Hij _____.
Options: gaan een opleiding volgen, gaat een opleiding volgt, gaat een opleiding volgen
Question 13
Wat zijn jullie plannen voor zondag? We _____.
Options: gaan eerst in het park wandelen, gaan eerst in het park wandelt, gaat eerst in het park wandelen
Question 14
Daarna gaan we thuis een taart _____.
Options: bakt, bakken, gebakken
Question 15
Wat is het basispatroon van deze toekomstvorm? _____
Options: gaan + voltooid deelwoord + onderwerp, onderwerp + infinitief + ging, onderwerp + gaan + rest + infinitief
Practice Vormen en plannen met gaan with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Vormen en plannen met gaan in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.