De toekomst met gaan
Leer de toekomst met gaan vormen voor plannen, besluiten en zichtbare ontwikkelingen en onderscheid deze vorm van een voorspelling of vaste afspraak.
Met gaan + infinitief praat je vaak over een plan, een besluit of iets dat duidelijk op het punt staat te gebeuren: We gaan vanavond koken en Kijk naar de lucht; het gaat regenen.
Na deze les kun je:
- een toekomstzin met gaan + infinitief vormen;
- deze vorm voor plannen en zichtbare ontwikkelingen gebruiken;
- gaan, het presens en zullen passend van elkaar onderscheiden.
De vorm van gaan + infinitief
Vervoeg gaan bij het onderwerp. Zet het andere werkwoord als infinitief aan het einde van de hoofdzin.
| Onderwerp | Gaan | Voorbeeld |
|---|---|---|
| ik | ga | Ik ga vanavond studeren. |
| jij / je | gaat | Jij gaat morgen bellen. |
| u | gaat | U gaat volgende week beginnen. |
| hij / zij / het | gaat | Zij gaat een cursus volgen. |
| wij / jullie / zij | gaan | Wij gaan samen koken. |
De tijdsbepaling staat meestal vóór het laatste werkwoord: Wij gaan zaterdag de kamer schilderen.
Gebruik na gaan de infinitief, niet een persoonsvorm.
✓ Noor gaat morgen werken.
✗ Noor gaat morgen werkt.
Een plan of een besluit
Gebruik gaan + infinitief als het onderwerp van plan is iets te doen of als er al een besluit is genomen.
- Ik ga dit weekend mijn ouders bezoeken.
- We gaan in mei de keuken schilderen.
- Amir gaat volgend jaar een opleiding volgen.
- De buren gaan hun huis verkopen.
Wat zijn jullie plannen voor zondag?
We gaan eerst in het park wandelen. Daarna gaan we thuis een taart bakken.
Een plan kan nog veranderen. De vorm zegt vooral dat de persoon nu een bedoeling of een besluit heeft.
Iets begint of lijkt snel te gebeuren
Gaan + infinitief kan ook aangeven dat een handeling begint of dat je nu duidelijke aanwijzingen voor een ontwikkeling ziet.
| Situatie nu | Verwachte ontwikkeling |
|---|---|
| Er hangen donkere wolken. | Het gaat regenen. |
| Het licht in de zaal wordt donker. | De film gaat beginnen. |
| Het kind trekt een verdrietig gezicht. | Het gaat huilen. |
| Sara heeft een nieuwe woning gevonden. | Ze gaat verhuizen. |
Bij veranderingen van een toestand of status is gaan heel gewoon: Ze gaan trouwen, Hij gaat afstuderen en Wij gaan verhuizen.
Kun je nu al een plan, een besluit of een duidelijk teken aanwijzen? Dan is gaan + infinitief vaak een natuurlijke keuze.
Quick check
Try one question now.
Check your answer when you are ready. No sign-in needed.
Gaan als beweging of als hulpwerkwoord
Gaan kan zelf ‘zich verplaatsen’ betekenen. Dan hoeft er geen tweede werkwoord te staan.
| Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|
| beweging | Ik ga naar school. |
| toekomstige handeling | Ik ga op school studeren. |
| beweging | Wij gaan morgen naar Utrecht. |
| toekomstige handeling | Wij gaan morgen een museum bezoeken. |
Vermijd in verzorgd Nederlands een dubbele vorm met gaan: zeg Morgen ga ik naar kantoor, niet Morgen ga ik naar kantoor gaan.
Gaan, het presens of zullen
Voor een vaste afspraak of een dienstregeling is het presens vaak genoeg. Zullen past vaak bij een neutralere voorspelling, een belofte of een aanbod.
| Betekenis | Natuurlijke vorm |
|---|---|
| persoonlijk plan | Ik ga vanavond koken. |
| vaste afspraak | Ik heb morgen een afspraak. |
| dienstregeling | De trein vertrekt om 08.15 uur. |
| voorspelling of verwachting | Het zal morgen druk zijn. |
In het Nederlands van Nederland gebruik je gaan niet gemakkelijk vóór zijn, hebben of een modaal werkwoord. Zeg liever Morgen ben ik thuis of Morgen zal ik thuis zijn, en Volgend jaar kan ik meer Nederlands spreken of zal ik meer Nederlands kunnen spreken.
In de spreektaal bestaan regionale verschillen. Deze les volgt het algemene gebruik in Nederland: gaan vooral bij een plan, een begin of een zichtbare ontwikkeling.
Vragen, ontkenningen en een keuzeplan
In een ja-neevraag staat de vorm van gaan voor het onderwerp. De infinitief blijft achteraan.
- Ga je morgen thuiswerken?
- Gaat zij volgend jaar verhuizen?
- Gaan jullie vanavond samen eten?
Zet niet meestal na gaan of na het onderwerp: Ik ga morgen niet werken en Wij gaan die muur niet schilderen.
Kies de vorm in drie stappen:
- Is er een plan of besluit? Gebruik vaak gaan + infinitief.
- Zie je nu een duidelijke aanwijzing dat iets begint? Gebruik vaak gaan + infinitief.
- Gaat het om een vaste afspraak, dienstregeling of neutralere voorspelling? Overweeg het presens of zullen.
| Mededeling | Vraag | Ontkenning |
|---|---|---|
| Je gaat koken. | Ga je koken? | Je gaat niet koken. |
| Zij gaat bellen. | Gaat zij bellen? | Zij gaat niet bellen. |
| Jullie gaan reizen. | Gaan jullie reizen? | Jullie gaan niet reizen. |
Het basispatroon is onderwerp + vorm van gaan + rest + infinitief. Gebruik het wanneer een plan, een begin of een zichtbare ontwikkeling centraal staat.
You reached the end
You reached the endNow make it stick.
Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.
Was this lesson helpful?
Vocabulary in this lesson
22 words, ready to study.
Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.
Save any of these 22 words and review them later.
Plannen en veranderingen met gaan
22 wordsLast updated October 11, 2026