Question 1
Na de uitleg lijkt de nieuwe collega zelfstandig _____ werken.
Options: kunnen, te kunnen, kunnen te
Kies de juiste aanvulling. Let op te, de plaats van de werkwoorden en correcte varianten met een deelwoord.
Question 1
Na de uitleg lijkt de nieuwe collega zelfstandig _____ werken.
Options: kunnen, te kunnen, kunnen te
Question 2
Het is al laat, maar ik probeer vandaag nog _____ bellen.
Options: gaan te, gaan, te gaan
Question 3
Je afspraak is afgezegd, dus je hoeft hier niet _____ wachten.
Options: te blijven, blijven, blijven te
Question 4
De planning is definitief. Morgen moet ik om acht uur _____ werken.
Options: te gaan, gaan, gegaan
Question 5
Hij probeert het formulier digitaal _____.
Options: te invullen, intevullen, in te vullen
Question 6
Ze bleef zitten zonder _____.
Options: op te staan, te opstaan, optestaan
Question 7
Ik zal de bezoekers bij de ingang _____.
Options: moeten op vangen, moeten opvangen, moeten te opvangen
Question 8
De monteur zegt dat hij gisteren al aan had moeten _____.
Options: gekomen, komt, komen
Question 9
Gisteren _____ we de hele voorraad moeten controleren.
Options: hebben, zijn, heeft
Question 10
De inspecteur zegt dat elk toestel zorgvuldig _____.
Options: moet worden testen, moet worden getest, moet geworden getest
Question 11
De assistent zegt dat de documenten vandaag gekopieerd _____.
Options: moeten geworden, gemoeten worden, moeten worden
Question 12
Zij zegt dat het pakket gisteren had ingepakt moeten _____.
Options: worden, geworden, te worden
Practice Werk en afspraken: vorm, plaats en variatie with this interactive fill-in-the-blank exercise of 12 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Werk en afspraken: vorm, plaats en variatie in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.