Question 1
Lina _____ de reservering vanavond bevestigen.
Options: wil, bevestigen wil, willen
Kies de vorm die de hoofdzin natuurlijk en volledig maakt.
Question 1
Lina _____ de reservering vanavond bevestigen.
Options: wil, bevestigen wil, willen
Question 2
De monteurs moeten de lift vóór maandag _____.
Options: gerepareerd, repareren, repareren moeten
Question 3
Sara heeft haar sleutels bij de receptie _____.
Options: achterlaten, liet achter, achtergelaten
Question 4
De uitslag _____ morgen op de website verschijnen.
Options: zal, verschijnen zal, zullen
Question 5
Wij gaan de logeerkamer dit weekend _____.
Options: opgeknapt, opknappen, knappen op
Question 6
De bezorger _____ het pakket vanmiddag bij de buren af.
Options: aflevert, leveren, levert
Question 7
Ik _____ mijn tante na de vergadering terugbellen.
Options: kan, terugbellen kan, kunnen
Question 8
De kinderen mogen hun spel na het eten _____.
Options: maken af, afmaken, afgemaakt
Question 9
Noor is door de harde wind later _____.
Options: aankomen, kwam aan, aangekomen
Question 10
Morgen _____ ik de nieuwe assistent rondleiden.
Options: zal, ik zal, zullen
Question 11
In de wachtruimte heeft Amir een tijdschrift _____.
Options: lezen, gelezen, las
Question 12
Na het eten _____ wij de vaatwasser in.
Options: inruimen, ruimen in, ruimen
Question 13
_____ je de planten tijdens mijn vakantie water geven?
Options: Kun, Je kunt, Kunt je
Question 14
_____ de administratie mijn betaling al verwerkt?
Options: De administratie heeft, Heeft, Verwerkt heeft
Question 15
_____ jullie na de cursus samen iets eten?
Options: Jullie gaan, Eten gaan, Gaan
Practice Twee werkwoorden als kader with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Twee werkwoorden als kader in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.