Build the sentence

Bouw de werkwoordelijke tang

Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.

0 / 10 sentences built0%

Question 1

Bouw de hoofdzin met willen en bevestigen: _____

Options: Lina wil de reservering bevestigen., wilt, bevestigd

Question 2

Bouw de hoofdzin met moeten en repareren: _____

Options: moet, De monteurs moeten de lift repareren., gerepareerd

Question 3

Bouw het perfectum met heeft en gevonden: _____

Options: heb, vinden, Sara heeft haar sleutels gevonden.

Question 4

Bouw de toekomstzin met twee kanten: _____

Options: De trein zal vertrekken., zullen, vertrokken

Question 5

Bouw het plan met gaan en schilderen: _____

Options: gaat, Wij gaan de kamer schilderen., geschilderd

Question 6

Bouw de hoofdzin met het scheidbare afleveren: _____

Options: leveren, afgeleverd, De bezorger levert het pakket af.

Question 7

Bouw de ja-neevraag met kunnen en helpen: _____

Options: Kun je mij helpen?, Kunt, geholpen

Question 8

Bouw de perfectumvraag: _____

Options: Hebben, Heeft Noor de kaartjes gekocht?, kopen

Question 9

Zet morgen vooraan en bouw de toekomstzin: _____

Options: zullen, gebeld, Morgen zal ik de huisarts bellen.

Question 10

Zet de plaatsgroep vooraan en bouw het perfectum: _____

Options: In de trein heeft Sam een boek gelezen., hebben, lezen

Practice Bouw de werkwoordelijke tang with this interactive sentence-building exercise of 10 questions. Tap the words into the correct order to build each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every sentence.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Bouw de werkwoordelijke tang in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.