Question 1
Sara zet twee wekkers _____.
Options: om vroeg op te staan, om vroeg te opstaan, om vroeg opstaan
Kies de natuurlijke doelzin en plaats te correct.
Question 1
Sara zet twee wekkers _____.
Options: om vroeg op te staan, om vroeg te opstaan, om vroeg opstaan
Question 2
We blijven thuis _____.
Options: om de keuken te opruimen, om de keuken op te ruimen, om de keuken opruimen
Question 3
Zij pakt een fles water _____.
Options: om te meenemen, om mee nemen, om mee te nemen
Question 4
Ik schrijf zijn nummer op _____.
Options: om hem terug te bellen, om hem te terugbellen, om hem terugbellen
Question 5
Ik zet de dozen klaar _____.
Options: om ze straks te inladen, om ze straks in te laden, om zij straks inladen
Question 6
Hij leest de uitleg nog eens _____.
Options: om te het begrijpen, om het begrijpen, om het te begrijpen
Question 7
Noor werkt extra _____.
Options: om de rekening te betalen, om de rekening betalen, om te de rekening betalen
Question 8
Ik blijf thuis _____ ik ziek ben.
Options: om, omdat, om te
Question 9
Na de wandeling gaan we op een bankje zitten _____.
Options: om te uitrusten, om uit rusten, om uit te rusten
Question 10
Zijn zoon vindt de opdracht moeilijk. De vader legt alles rustig uit, _____.
Options: zodat zijn zoon het begrijpt, om zijn zoon het te begrijpen, zodat zijn zoon het te begrijpen
Question 11
Ik probeer _____.
Options: de brief schrijven, de brief te schrijven, te de brief schrijven
Question 12
Kies de juiste ontkennende doelzin. _____
Options: We lopen snel om de trein te niet missen., We lopen snel omdat de trein niet missen., We lopen snel om de trein niet te missen.
Question 13
Wij sparen om _____.
Options: volgend jaar te reizen, wij volgend jaar te reizen, te volgend jaar reizen
Question 14
Hij ging naar buiten _____.
Options: om bellen, om te bellen, om te belt
Question 15
Ik blijf na het eten nog even _____.
Options: om de borden te afwassen, om de borden afwassen, om de borden af te wassen
Practice Scheidbare werkwoorden en betekenis with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Scheidbare werkwoorden en betekenis in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.