Fill in the blank

Scheidbare werkwoorden en betekenis

Kies de natuurlijke doelzin en plaats te correct.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Sara zet twee wekkers _____.

Options: om vroeg op te staan, om vroeg te opstaan, om vroeg opstaan

Question 2

We blijven thuis _____.

Options: om de keuken te opruimen, om de keuken op te ruimen, om de keuken opruimen

Question 3

Zij pakt een fles water _____.

Options: om te meenemen, om mee nemen, om mee te nemen

Question 4

Ik schrijf zijn nummer op _____.

Options: om hem terug te bellen, om hem te terugbellen, om hem terugbellen

Question 5

Ik zet de dozen klaar _____.

Options: om ze straks te inladen, om ze straks in te laden, om zij straks inladen

Question 6

Hij leest de uitleg nog eens _____.

Options: om te het begrijpen, om het begrijpen, om het te begrijpen

Question 7

Noor werkt extra _____.

Options: om de rekening te betalen, om de rekening betalen, om te de rekening betalen

Question 8

Ik blijf thuis _____ ik ziek ben.

Options: om, omdat, om te

Question 9

Na de wandeling gaan we op een bankje zitten _____.

Options: om te uitrusten, om uit rusten, om uit te rusten

Question 10

Zijn zoon vindt de opdracht moeilijk. De vader legt alles rustig uit, _____.

Options: zodat zijn zoon het begrijpt, om zijn zoon het te begrijpen, zodat zijn zoon het te begrijpen

Question 11

Ik probeer _____.

Options: de brief schrijven, de brief te schrijven, te de brief schrijven

Question 12

Kies de juiste ontkennende doelzin. _____

Options: We lopen snel om de trein te niet missen., We lopen snel omdat de trein niet missen., We lopen snel om de trein niet te missen.

Question 13

Wij sparen om _____.

Options: volgend jaar te reizen, wij volgend jaar te reizen, te volgend jaar reizen

Question 14

Hij ging naar buiten _____.

Options: om bellen, om te bellen, om te belt

Question 15

Ik blijf na het eten nog even _____.

Options: om de borden te afwassen, om de borden afwassen, om de borden af te wassen

Practice Scheidbare werkwoorden en betekenis with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Scheidbare werkwoorden en betekenis in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.