Doel uitdrukken met om te
Leer in het Nederlands een doel formuleren met om te, de juiste woordvolgorde kiezen en scheidbare werkwoorden correct in de constructie plaatsen.
Met om te vertel je waarom iemand iets doet. Je noemt eerst de handeling en daarna het doel: Ik volg een cursus om beter Nederlands te spreken.
Na deze les kun je:
- een doel herkennen en uitdrukken met om te;
- de woorden rond een infinitief goed ordenen;
- de constructie gebruiken met gewone en scheidbare werkwoorden.
Een handeling en een doel
Een zin met om te heeft twee delen. Het eerste deel vertelt wat iemand doet. Het tweede deel noemt het doel daarvan.
| Handeling | Doel | Volledige zin |
|---|---|---|
| Ik ga naar de bakker. | Ik wil brood kopen. | Ik ga naar de bakker om brood te kopen. |
| Sara zet de wekker. | Ze wil vroeg opstaan. | Sara zet de wekker om vroeg op te staan. |
| We sparen geld. | We willen op reis gaan. | We sparen geld om op reis te gaan. |
Het woord om begint het doel. Te staat vlak voor de infinitief: om + rest + te + infinitief.
Vraag bij de eerste handeling: Met welk doel? Het antwoord kan vaak met om te beginnen.
Meestal hetzelfde onderwerp
In het basispatroon voert dezelfde persoon beide handelingen uit. Het onderwerp uit de hoofdzin geldt ook voor het deel met om te.
- Ik ga eerder weg om de trein te halen. Ik ga weg en ik haal de trein.
- Noor belt de tandarts om een afspraak te maken. Noor belt en Noor maakt de afspraak.
- Wij openen het raam om frisse lucht binnen te laten. Wij openen het raam en wij laten de lucht binnen.
Je noemt dat onderwerp niet opnieuw na om. Zeg dus: Ik oefen elke dag om beter te schrijven, niet om ik beter te schrijven.
Als de personen verschillend zijn, heb je meestal een andere constructie nodig: Ik leg het rustig uit, zodat mijn zoon het begrijpt. In die zin heeft zodat een eigen onderwerp: mijn zoon.
Gebruik omdat voor een reden en om te voor een doel. Ik blijf thuis omdat ik ziek ben geeft de oorzaak. Ik blijf thuis om uit te rusten geeft het doel.
De woordvolgorde
Tussen om en te kunnen voorwerpen en andere bepalingen staan. De infinitief komt aan het einde van het doelgedeelte.
- Ik neem mijn laptop mee om in de trein te werken.
- We gaan naar de markt om verse groenten te kopen.
- Mila schrijft het adres op om het niet te vergeten.
- Hij spreekt langzaam om voor iedereen duidelijk te zijn.
- Ik ben naar de bakker gegaan om brood te kopen.
- Ik wil eerder weggaan om de trein te halen.
Je kunt het doel ook vooraan zetten. Dan komt de persoonsvorm direct na de komma: Om op tijd te komen, neem ik de fiets.
Een voornaamwoord staat ook vóór te: Ik bel Eva om haar uit te nodigen. Bij een ontkenning staat niet meestal vóór te: Zij fluistert om de baby niet te wekken.
| Niet goed | Goed |
|---|---|
| om te brood kopen | om brood te kopen |
| om de trein te niet missen | om de trein niet te missen |
| om ik op tijd te komen | om op tijd te komen |
| om te opstaan | om op te staan |
Quick check
Try one question now.
Ik loop naar de kraan
Check your answer when you are ready. No sign-in needed.
Scheidbare werkwoorden
Bij een scheidbaar werkwoord staat te tussen het eerste deel en het werkwoord. De twee delen worden in deze constructie dus gescheiden.
| Infinitief | Met om te | Voorbeeld |
|---|---|---|
| opstaan | om op te staan | Ik zet twee wekkers om op tijd op te staan. |
| opruimen | om op te ruimen | We blijven thuis om de keuken op te ruimen. |
| meenemen | om mee te nemen | Zij pakt een fles water om mee te nemen. |
| terugbellen | om terug te bellen | Ik schrijf zijn nummer op om hem terug te bellen. |
Bij een onscheidbaar werkwoord blijft het werkwoord bij elkaar: om het verhaal te begrijpen en om de rekening te betalen.
Kijk naar de infinitief. Kun je het eerste deel in een gewone hoofdzin losmaken, zoals Ik ruim de keuken op? Dan komt te tussen de twee delen: om de keuken op te ruimen.
Om in andere patronen
In een doelzin gebruik je op A2-niveau om te: Hij gaat naar buiten om te bellen. Laat om daar niet weg.
In sommige andere patronen is om wel optioneel, maar dan gaat het niet om een doelzin: Ik heb geen tijd (om) te koken en Het is leuk (om) samen te oefenen. Na werkwoorden als proberen gebruik je alleen te + infinitief: Ik probeer Nederlands te spreken.
Zelf controleren
Controleer een doelzin in vier stappen:
- Noemt het tweede deel echt het doel van de eerste handeling?
- Voert meestal dezelfde persoon beide handelingen uit?
- Staat te vlak voor een gewone infinitief?
- Staat te binnen een scheidbaar werkwoord, zoals op te bellen?
Situatie: Amir wil morgen fit zijn.
Handeling: Hij gaat vanavond vroeg naar bed.
Samen: Amir gaat vanavond vroeg naar bed om morgen fit te zijn.
Het vaste basispatroon is: handeling + om + doelinformatie + te + infinitief.
You reached the end
You reached the endNow make it stick.
Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.
Was this lesson helpful?
Vocabulary in this lesson
19 words, ready to study.
Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.
Save any of these 19 words and review them later.
Handelingen en doelen met om te
19 wordsLast updated October 11, 2026