Question 1
Ze wil morgen op tijd wakker worden. Bouw de doelzin: _____
Options: Noor gebruikt de wekker om op te staan., gebruiken, opstaan.
Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.
Question 1
Ze wil morgen op tijd wakker worden. Bouw de doelzin: _____
Options: Noor gebruikt de wekker om op te staan., gebruiken, opstaan.
Question 2
Bouw de doelzin: _____
Options: gaat., Wij sparen om op reis te gaan., omdat
Question 3
Bouw de doelzin over een telefoontje: _____
Options: belt, gemaakt., Ik bel Noor om een afspraak te maken.
Question 4
Het is benauwd in huis. Bouw de doelzin: _____
Options: Wij openen het raam om frisse lucht binnen te laten., opent, binnenlaten.
Question 5
Ze maakt een geheugensteuntje. Bouw de doelzin: _____
Options: noteren, Mila noteert het adres om niets te vergeten., vergat.
Question 6
Ze houdt rekening met iemand die slaapt. Bouw de doelzin: _____
Options: gestoord., omdat, Zij fluistert om niet te storen.
Question 7
Ze bereidt zich voor op een lange wandeling. Bouw de doelzin: _____
Options: Sara pakt een fles water om mee te nemen., pakken, meenemen.
Question 8
Bouw de zin met het doel vooraan: _____
Options: blijft, Om de keuken op te ruimen, blijven wij thuis., opruimen,
Question 9
Bouw de doelzin over een leesopdracht: _____
Options: oefen, begrepen., Amir oefent om de tekst te begrijpen.
Question 10
De vader legt iets uit; zijn zoon moet het begrijpen. Bouw de zin met twee verschillende uitvoerders: _____
Options: Ik leg het uit, zodat mijn zoon het begrijpt., om, begrijpen.
Practice Bouw doelzinnen met om te with this interactive sentence-building exercise of 10 questions. Tap the words into the correct order to build each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every sentence.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Bouw doelzinnen met om te in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.