Question 1
Sorteer de basiswoorden: welke uitgang voeg je toe om het verkleinwoord te maken?
Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.
Question 1
Sorteer de basiswoorden: welke uitgang voeg je toe om het verkleinwoord te maken?
Question 2
Kies bij elk verkleinwoord het passende lidwoord.
Question 3
Sorteer elk verkleinwoord op een basiswoord dat de of het gebruikt.
Question 4
Vergelijk het basiswoord met het verkleinwoord. Welke uitgang is toegevoegd?
Question 5
Deze woorden krijgen -tje. Welke regel verklaart dat bij het basiswoord?
Practice Eenvoudige verkleinwoorden - Uitgangen sorteren with this interactive word-sorting exercise of 5 questions. Tap each word into the column it belongs in, then submit to check your answers and get detailed feedback on every set.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Eenvoudige verkleinwoorden - Uitgangen sorteren in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.