A1 · BeginnerLesson 3 of 3

Eenvoudige verkleinwoorden met -je en -tje

Leer eenvoudige Nederlandse verkleinwoorden met -je en -tje maken, kies het juiste achtervoegsel en gebruik altijd het lidwoord het bij de nieuwe vorm.

By the flumi team About 6 min read 74 vocabulary wordsGrammar learning path: Lidwoorden en verkleinwoorden

Met een verkleinwoord zeg je dat iets klein is, of je maakt een zin vriendelijker. Zo wordt het huis het huisje en de tafel het tafeltje.

Na deze les kun je:

  • eenvoudige verkleinwoorden met -je en -tje herkennen;
  • bij bekende woorden de juiste uitgang kiezen;
  • elk verkleinwoord met het lidwoord het gebruiken;
  • een meervoud van een verkleinwoord maken.

Wat betekent een verkleinwoord?

Een verkleinwoord kan echt iets kleins noemen. Het kan een zin ook vriendelijk of minder direct maken.

  • Het huisje is klein.
  • Wil je een kopje koffie?
  • Wacht een momentje, alsjeblieft.

Een kopje is niet altijd heel klein. In een kopje koffie is het verkleinwoord ook een gewone, vriendelijke vorm.

Woorden met -je

Eindigt een woord op b, d, t, k, p, f, s, g of ch? Voeg -je toe. Eindigt het woord al op een t, dan schrijf je nog steeds -je. Ook de dag → het dagje en de lach → het lachje volgen deze regel.

Basiswoord Verkleinwoord
het boek het boekje
de tas het tasje
de brief het briefje
het bed het bedje
de kaart het kaartje

Woorden met -tje

Na l, n, r

Na l, n en r gebruik je vaak -tje. Luister naar de klank ervoor: na een lange klank, zoals in zaal, of een klank zoals ei, eu of oe, gebruik je -tje. Ook hoorn, met een lange oo vóór rn, krijgt -tje: hoorn → hoorntje.

Staat er een toonloze e vóór de laatste l, n of r? Dan gebruik je ook -tje, zoals bij tafel, appel en lepel. Een toonloze e klinkt als de e in de: luister naar de laatste e van tafel.

Basiswoord Verkleinwoord
de stoel het stoeltje
de trein het treintje
de deur het deurtje
de zaal het zaaltje
de schoen het schoentje
de hoorn het hoorntje
de tafel het tafeltje
de appel het appeltje
de lepel het lepeltje

Na w gebruik je ook -tje: het touw → het touwtje.

Kies eerst met de regel. Zeg het woord daarna hardop om te oefenen.

Na een klinker

Ook woorden die op een klinker eindigen, krijgen vaak -tje. Klinkers zijn a, e, i, o en u. Soms schrijf je de laatste klinker dubbel om dezelfde klank te houden: auto → autootje, paraplu → parapluutje. Bij oe hoeft dat niet.

Basiswoord Verkleinwoord
de auto het autootje
de koe het koetje
de paraplu het parapluutje

-etje na een korte klank

Vergelijk de korte en lange klanken in bal – baal en man – maan. Na een korte klank met nadruk vóór l, n of r gebruik je -etje. Je schrijft de laatste letter dan dubbel. Met een lange klank krijg je het baaltje en het maantje.

Basiswoord Verkleinwoord
de bal het balletje
de man het mannetje
de ster het sterretje

Zo kies je bij de eenvoudige woorden in deze les:

  1. Eindigt het woord op b, d, t, k, p, f, s, g of ch? Voeg -je toe.
  2. Eindigt het woord op een klinker? Gebruik bij de voorbeelden in deze les -tje. Let op de spelling: auto → autootje.
  3. Laatste letter w? Gebruik -tje.
  4. Laatste letter l, n of r na een lange klank of ei, eu, oe? Gebruik -tje.
  5. Laatste letter l, n of r na een toonloze e? Gebruik -tje.
  6. Laatste letter l, n of r na een korte klank met nadruk? Gebruik -etje.

Quick check

Try one question now.

1
Achter in de tuin staat een klein voor de poppen.

Check your answer when you are ready. No sign-in needed.

Elk verkleinwoord is een het-woord

Het lidwoord van het basiswoord kan veranderen. Alle Nederlandse verkleinwoorden zijn het-woorden.

  • de tas → het tasje;
  • de stoel → het stoeltje;
  • het boek → het boekje.

Gebruik niet de tasje of de tafeltje. Ook als het basiswoord een de-woord is, krijgt het verkleinwoord altijd het.

Het meervoud met -s

Het meervoud van een verkleinwoord eindigt op -s. In het meervoud gebruik je het lidwoord de.

Enkelvoud Meervoud
het boekje de boekjes
het stoeltje de stoeltjes
het tafeltje de tafeltjes

Er bestaan ook verkleinwoorden met -pje, -etje en -kje, zoals het boompje, het balletje en het woninkje.

  • -pje: na m met een lange klank ervoor, zoals de boom → het boompje. Niet na elke m: de kom → het kommetje.
  • -etje: zie de uitleg en voorbeelden in sectie 3.
  • -kje: vaak bij woorden op -ing met de nadruk direct vóór -ing, zoals de woning → het woninkje. De g valt dan weg. Niet elk woord op -ing volgt dit patroon: de ring → het ringetje.

Kort overzicht

  1. Begin met het hele basiswoord.
  2. Kies bij eenvoudige woorden -je of -tje.
  3. Gebruik in het enkelvoud altijd het.
  4. Voeg voor het meervoud -s toe en gebruik de.

You reached the end

You reached the end

Now make it stick.

Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.

Practice exercises

Was this lesson helpful?

Vocabulary in this lesson

74 words, ready to study.

Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.

Save any of these 74 words and review them later.

Woorden voor verkleinwoorden op -je en -tje

74 words

Last updated October 11, 2026