Fill in the blank

F, v, s en z in families

Kies de juiste korte of lange vorm. Let op of een f een v wordt, een s een z wordt, of de medeklinker verdubbelt. Aan het woordeinde schrijf je f of s.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Ik schrijf een _____ aan mijn oma.

Options: brief, briev, brieff

Question 2

Er zitten drie _____ op het dak.

Options: duiffen, duiven, duifen

Question 3

Voor het ontbijt was ik een tros _____.

Options: druiffen, druifen, druiven

Question 4

Door de harde wind zijn er hoge _____ op zee.

Options: golven, golffen, golfen

Question 5

Voor deze jurken gebruiken we zachte _____ van katoen.

Options: stoven, stoffen, stofen

Question 6

De rechter geeft de twee dieven zware _____.

Options: straven, strafen, straffen

Question 7

In de dierentuin eten vier _____ bladeren van een hoge boom.

Options: giraffen, giraven, girafen

Question 8

Wij wonen in een klein _____ met een tuin.

Options: huiz, huis, huiss

Question 9

Na de verhuizing staan er nog tien _____ in de gang.

Options: doossen, doosen, dozen

Question 10

De clowns dragen grote rode _____.

Options: neuzen, neussen, neusen

Question 11

Mijn opa vertelt graag over zijn verre _____.

Options: reissen, reizen, reisen

Question 12

De kok maakt drie verse _____ schoon voor het avondeten.

Options: vizen, visen, vissen

Question 13

Bij het station wachten drie volle _____ op vertrek.

Options: bussen, buzen, busen

Question 14

Op maandag hebben we twee _____ Nederlands.

Options: lezen, lessen, lesen

Question 15

De postbode stopt twee _____ in onze brievenbus.

Options: brieffen, briefen, brieven

Practice F, v, s en z in families with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using F, v, s en z in families in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.