A2 Β· ElementaryLesson 4 of 4

Eindklanken en wisselingen tussen d en t, v en f, z enΒ s

Leer waarom d en t aan het woordeinde vaak gelijk klinken en herken spellingwisselingen tussen d/t, v/f en z/s met behulp van woordfamilies.

By the flumi team About 6 min read 29 vocabulary wordsGrammar learning path: Spellingtekens en klankwisselingen

Aan het einde van een Nederlands woord klinken sommige medeklinkers anders dan je ze schrijft. Een laatste d klinkt meestal als t. In woordfamilies kunnen bovendien v/f en z/s wisselen.

Na deze les kun je:

  • de spelling van een laatste d of t met een langere vorm controleren;
  • wisselingen tussen v/f en z/s in woordfamilies herkennen;
  • begrijpen waarom de uitspraak alleen niet altijd genoeg is.

Een eind-d klinkt als t

Een d aan het einde van een woord wordt stemloos uitgesproken en klinkt daardoor als een t. De spelling blijft d als de woordfamilie die letter laat zien.

Enkelvoud Langere vorm Wat hoor je in de langere vorm?
de hond de honden een duidelijke d
het paard de paarden een duidelijke d
het bed de bedden een duidelijke d
goed goede een duidelijke d

In hond klinkt de laatste letter als t. Maak het woord langer: honden. Nu hoor je de d, dus schrijf je hond.

Twijfel je tussen d en t? Maak het zelfstandig naamwoord meervoud of zet -e achter een bijvoeglijk naamwoord.

Wanneer blijft het t?

Een woord dat echt een t in de basisvorm heeft, houdt die t ook in een langere vorm.

Enkelvoud of basisvorm Langere vorm Spelling
de kat de katten t blijft t
de kaart de kaarten t blijft t
de straat de straten t blijft t
groot grote t blijft t

Vergelijk de paren:

  • paard β†’ paarden, maar kaart β†’ kaarten;
  • goed β†’ goede, maar groot β†’ grote;
  • bed β†’ bedden, maar pet β†’ petten.

Schrijf niet automatisch t omdat je aan het einde een t-klank hoort. Controleer eerst een langere vorm.

Wisseling tussen v en f

Aan het einde van een gewoon Nederlands woord schrijf je nooit v of z: daar staat altijd f of s. Een langere vorm kan wel een v of z laten zien.

In veel gewone Nederlandse woorden staat aan het einde f, terwijl een langere vorm een v laat zien.

Enkelvoud Meervoud Wisseling
de brief de brieven f β†’ v
de duif de duiven f β†’ v
de druif de druiven f β†’ v
de golf de golven f β†’ v

De f wordt vaak v na een lange klinker of tweeklank, zoals in brief β†’ brieven en duif β†’ duiven, en ook na l of r, zoals in golf β†’ golven.

Maar niet elke laatste f verandert. Na een korte klinker zie je vaak ff in de langere vorm:

  • de stof β†’ de stoffen;
  • de straf β†’ de straffen;
  • de giraf β†’ de giraffen.

Leer daarom de vormen samen: de brief – de brieven, de stof – de stoffen.

Wisseling tussen z en s

Een vergelijkbaar patroon bestaat bij z en s. Ook hier geldt de hoofdregel: aan het einde schrijf je s, niet z; in een langere vorm kan de z terugkomen.

Enkelvoud Meervoud Wisseling
het huis de huizen s β†’ z
de doos de dozen s β†’ z
de neus de neuzen s β†’ z
de reis de reizen s β†’ z

Ook hier verandert niet elke s:

  • de vis β†’ de vissen;
  • de bus β†’ de bussen;
  • de les β†’ de lessen.

Omdat de klinker in vis, bus en les kort is, verdubbel je de medeklinker in het meervoud. Daardoor blijft het s en wordt het geen z.

Quick check

Try one question now.

1
In de tuin lopen twee honden. Het dier bij de deur is een .

Check your answer when you are ready. No sign-in needed.

Luister naar de langere vorm

Volg deze aanpak bij een onbekend woord:

  1. Bepaal of het om een zelfstandig naamwoord, een bijvoeglijk naamwoord of een werkwoord gaat.
  2. Maak een langere vorm: een meervoud, een vorm met -e of een andere bekende vorm uit de woordfamilie.
  3. Luister welke medeklinker tussen de klinkers hoorbaar wordt.
  4. Bij d/t neem je de medeklinker uit de langere vorm over: paarden geeft paard, kaarten geeft kaart.
  5. Bij v/f en z/s schrijf je aan het eind altijd f of s, ook als de langere vorm v of z heeft: brieven β†’ brief, huizen β†’ huis.

Het dier is een paart of een paard? Het meervoud is paarden, dus de juiste spelling is paard.

Schrijf je huiz of huis? Het meervoud is huizen. Aan het einde schrijf je s, dus de juiste vorm is huis.

Let apart op werkwoorden

Bij een persoonsvorm bepaalt de grammaticale regel of je d, t of dt schrijft. Een langere vorm helpt je wel de stam te vinden, maar vertelt niet altijd welke uitgang nodig is.

Vorm Uitleg
ik word de stam is word
hij wordt stam word + t
jij wordt jij staat vΓ³Γ³r het werkwoord, dus de t blijft
word jij? alleen bij jij/je nΓ‘ de persoonsvorm vervalt de toegevoegde t
hij wacht de stam eindigt al op t; schrijf geen extra t
hij antwoordt stam antwoord + t

Gebruik bij werkwoorden dus twee stappen: bepaal eerst de stam en kies daarna de uitgang die bij het onderwerp hoort.

Kort samengevat

  • Een laatste d klinkt meestal als t: controleer hond β†’ honden.
  • Een echte t blijft zichtbaar in een langere vorm: kat β†’ katten.
  • Aan het woordeinde schrijf je f of s, nooit v of z.
  • Een laatste f kan v worden: brief β†’ brieven.
  • Een laatste s kan z worden: huis β†’ huizen.
  • De wisseling is niet automatisch; leer korte en lange vormen samen.
  • Gebruik bij werkwoorden ook de regels voor de persoonsvorm.

You reached the end

You reached the end

Now make it stick.

Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.

Practice exercises

Was this lesson helpful?

Vocabulary in this lesson

29 words, ready to study.

Play a word to hear it, then mark it as known β€” or save it to study later.

Save any of these 29 words and review them later.

Woorden met wisselende eindklanken

29 words

Last updated October 11, 2026