Question 1
Waar woon je? _____. Ik werk er ook.
Options: In Leiden, Er, Er woon ik
Kies de juiste plaatsaanduiding of de juiste vorm met er.
Question 1
Waar woon je? _____. Ik werk er ook.
Options: In Leiden, Er, Er woon ik
Question 2
Ken je het park naast de school? _____ zit ik elke ochtend op een bankje.
Options: Er, Daar, Daarheen
Question 3
Mag ik naast je komen zitten? Ja, _____.
Options: er kun je zitten, hier je kunt zitten, hier kun je zitten
Question 4
Waar logeren jullie? _____, vlak bij de markt.
Options: In Delft, Er, Er logeren we
Question 5
Waar eten de kinderen tussen de middag? _____. Ze hebben daar een uur pauze.
Options: Er, Op school, Naar school
Question 6
Er is een bakker in onze straat. We _____.
Options: kopen elke zaterdag brood er, er kopen elke zaterdag brood, kopen er elke zaterdag brood
Question 7
Noor is bij de huisarts. Ze _____.
Options: moet er even wachten, er moet even wachten, moet even wachten er
Question 8
Ken je Groningen? _____.
Options: Er woon ik al een jaar, Daar woon ik al een jaar, Daar ik woon al een jaar
Question 9
Waar slapen jullie vannacht? _____, in dat hotel aan de overkant.
Options: Er, Daarheen, Daar
Question 10
Ik zit nu op kantoor. _____ werk ik rustig, maar thuis is het druk.
Options: Hier, Er, Hierheen
Question 11
De bibliotheek is vlakbij. Ik _____.
Options: er studeer vaak, studeer er vaak, studeer vaak er
Question 12
We spreken af bij het station. We _____.
Options: er wachten vanaf negen uur, wachten vanaf negen uur er, wachten er vanaf negen uur
Question 13
Waar lunchen jullie vandaag? _____, naast het gemeentehuis.
Options: In een café, Er, Naar een café
Question 14
Het sportcentrum opent vroeg. _____ voor haar werk?
Options: Mina er traint, Traint Mina er, Er traint Mina
Question 15
Het museum heeft een nieuwe zaal. We _____.
Options: kijken morgen rond er, er kijken morgen rond, kijken er morgen rond
Practice Een bekende plaats vervangen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Een bekende plaats vervangen in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.