Question 1
Ken je Leiden? Ik _____ sinds mei.
Options: woon er, er woon, woon sinds er
Kies de natuurlijke plaats van er of kies hier en daar bij duidelijk contrast.
Question 1
Ken je Leiden? Ik _____ sinds mei.
Options: woon er, er woon, woon sinds er
Question 2
Morgen _____ de hele dag.
Options: ik er werk, werk ik er, werk er ik
Question 3
Mijn vrienden kennen het café en _____ vaak.
Options: er komen, komen vaak er, komen er
Question 4
Het restaurant is bekend. Wij _____ gisteren gegeten.
Options: hebben er, er hebben, hebben gisteren er
Question 5
Die universiteit bevalt haar. Zij _____ volgend jaar studeren.
Options: er wil, wil er, wil volgend jaar er
Question 6
Het dorp ligt ver weg. Kun _____ met de bus komen?
Options: er je, je met er, je er
Question 7
Je kent die stad goed. Woon _____ lang?
Options: je er al, je al er, er je al
Question 8
Amir kent het bedrijf goed. Werkt _____ nog?
Options: Amir nog er, Amir er, Amir er werkt
Question 9
Jullie kennen het hotel. Zijn _____ gisteren geweest?
Options: jullie gisteren er, er jullie, jullie er
Question 10
Je woont in Breda, hoor ik. Hoe lang _____?
Options: woon je er, er woon je, woon er je
Question 11
Werk je thuis? Nee, _____ werk ik, in dit café.
Options: er, hier, hierheen
Question 12
Zie je dat huis naast het station? _____ woont mijn broer.
Options: Er, Daarheen, Daar
Question 13
Sara heeft een baan in Rotterdam. Ze werkt _____ graag.
Options: er, het, daarheen
Question 14
Onze wijk heeft veel voorzieningen. _____ een bibliotheek; ik studeer er vaak.
Options: Er zijn, Er is, Er hebben
Question 15
Waar studeer je? _____, aan de universiteit.
Options: Er, In er, In Utrecht
Practice Woordvolgorde en nadruk with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Woordvolgorde en nadruk in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.