Question 1
De eerste klank van **goed** maak je _____.
Options: achter in je mond, met lucht door je neus, met je lippen op elkaar
Zeg de woorden. Kies wat je hoort of hoe je de klank maakt.
Question 1
De eerste klank van **goed** maak je _____.
Options: achter in je mond, met lucht door je neus, met je lippen op elkaar
Question 2
Bij de **ch** van **lach** gaat de lucht _____.
Options: alleen door je neus, door je mond, eerst door je neus, dan door je mond
Question 3
Je oefent de **g** van **geel**. Je keel doet pijn. Je moet de klank _____ maken.
Options: harder, nog harder, zachter
Question 4
Welke uitspraak van **goed** mag? _____
Options: Met een harde of zachte g, Alleen met een harde g, Alleen met een zachte g
Question 5
Het begin van **schelp** klinkt als _____.
Options: sj, s + ch, s + k
Question 6
Het einde van **logisch** klinkt als _____.
Options: iesj, ies + ch, ies
Question 7
Bij de neusklank **ng** gaat de lucht vooral _____.
Options: door je neus, alleen langs je tanden, tussen je gesloten lippen door
Question 8
Bij de letters **ng** in **brengen** spreek je _____ uit.
Options: een neusklank met een korte k, één neusklank zonder losse g, een n met daarna een harde g
Question 9
Welk woord eindigt op een neusklank zonder k erna? _____
Options: bank, drink, bang
Question 10
De lettergroep **nk** begint met _____.
Options: dezelfde neusklank als ng, een losse harde g, de keelklank van ch
Question 11
Na de neusklank in **plank** hoor je _____.
Options: geen andere klank, een korte k, een harde g
Question 12
Bij **bang** en **tank** begint het laatste deel met een neusklank; alleen bij tank hoor je daarna ook _____.
Options: een harde g, een extra klinker, een k
Question 13
In **aangeven** (aan + geven) klinkt de **g** als _____.
Options: de g van goed, de ng van lang, de k van bank
Question 14
Bij **schat** begin je zonder extra klinker: eerst _____, daarna de keelklank.
Options: sj, s, k
Practice De klanken stap voor stap with this interactive fill-in-the-blank exercise of 14 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using De klanken stap voor stap in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.