Question 1
Ik _____ gisteren naar huis.
Options: liep, loopte, liepen
Kies de geleerde onregelmatige verleden vorm die bij het onderwerp past.
Question 1
Ik _____ gisteren naar huis.
Options: liep, loopte, liepen
Question 2
De kinderen _____ samen naar school.
Options: liep, liepen, loopten
Question 3
Sara _____ een brief aan haar oma.
Options: schrijfte, schreven, schreef
Question 4
Wij _____ elke week een kort verslag.
Options: schreven, schreef, schrijfden
Question 5
De docent _____ langzaam en duidelijk.
Options: spreekte, sprak, spraken
Question 6
Mijn ouders _____ thuis vaak Nederlands.
Options: sprak, spreekten, spraken
Question 7
Noor _____ haar sleutel onder de bank.
Options: vond, vindde, vonden
Question 8
De wandelaars _____ snel de juiste route.
Options: vond, vonden, vindden
Question 9
Waarom _____ Amir dat de winkel al open was?
Options: denkte, dachten, dacht
Question 10
Wij _____ eerst dat de trein later kwam.
Options: dachten, dacht, denkden
Question 11
De winkel _____ gisteren gesloten.
Options: wasde, was, waren
Question 12
Mijn ouders _____ vorige week op reis.
Options: was, zijn, waren
Question 13
Ik _____ gisteren weinig tijd.
Options: had, hadden, hebde
Question 14
De gasten _____ genoeg eten bij zich.
Options: had, hadden, haden
Question 15
Mila _____ na het eten niet meteen weg.
Options: gingde, gingen, ging
Practice Sterke vormen in enkelvoud en meervoud with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Sterke vormen in enkelvoud en meervoud in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.