A2 · ElementaryLesson 2 of 4

Het imperfectum van onregelmatige werkwoorden

Leer het imperfectum van veelgebruikte onregelmatige werkwoorden vormen en toepassen met correcte vormen voor enkelvoud en meervoud in het verleden.

By the flumi team About 6 min read 33 vocabulary wordsGrammar learning path: Verleden tijden in verhalen

Het imperfectum is de onvoltooid verleden tijd: ik werkte, ik ging. Bij een onregelmatig werkwoord verandert vaak de klinker of de hele vorm. Je kunt de vorm niet alleen met -de of -te maken.

Na deze les kun je:

  • veelgebruikte onregelmatige vormen in het verleden herkennen;
  • het enkelvoud en het meervoud correct gebruiken;
  • vragen, ontkenningen en zinnen met scheidbare werkwoorden maken.

Wanneer gebruik je het imperfectum?

Gebruik het imperfectum vaak voor een beschrijving, een gewoonte in het verleden of een verhaal: Vroeger ging ik elke dag met de fiets naar school. Voor één losse, voltooide gebeurtenis gebruiken mensen in gesprekken vaak het perfectum: Gisteren ben ik met de fiets naar school gegaan.

Wat verandert er?

Een regelmatig werkwoord houdt dezelfde stam: werken → werkte. Een onregelmatig werkwoord verandert meestal van klinker: lopen → liep. Soms verandert er meer: denken → dacht.

Hele werkwoord Enkelvoud Meervoud
lopen liep liepen
schrijven schreef schreven
spreken sprak spraken
vinden vond vonden
denken dacht dachten

Gebruik in het enkelvoud dezelfde vorm bij ik, jij, u, hij, zij en het: ik liep, jij liep, zij liep.

Voeg geen -de of -te toe aan een onregelmatige vorm.

✓ Gisteren ging ik vroeg naar huis.

✗ Gisteren gingde ik vroeg naar huis.

Zijn, hebben, gaan en komen

Deze vier werkwoorden komen heel vaak voor. Leer de vormen als vaste paren.

Hele werkwoord Enkelvoud Meervoud Voorbeeld
zijn was waren De winkel was dicht.
hebben had hadden Wij hadden weinig tijd.
gaan ging gingen Noor ging met de trein.
komen kwam kwamen De gasten kwamen laat.

Vorige week was ik ziek. Mijn ouders waren op reis, maar mijn broer kwam iedere avond langs. We hadden genoeg eten in huis.

Let op de spelling van hadden: de medeklinker d wordt dubbel om de korte klinker van had te behouden.

Veelvoorkomende klinkerveranderingen

Bij veel onregelmatige werkwoorden verandert de klinker volgens een herkenbaar patroon. Leer de vormen toch per werkwoord.

IJ wordt EE

Hele werkwoord Enkelvoud Meervoud
blijven bleef bleven
rijden reed reden

I wordt O

Hele werkwoord Enkelvoud Meervoud
drinken dronk dronken
zingen zong zongen

E of I wordt A

Hele werkwoord Enkelvoud Meervoud
lezen las lazen
geven gaf gaven
nemen nam namen
zitten zat zaten

In het meervoud wordt de eerste lettergreep bij veel van deze vormen open. Daardoor klinkt de klinker langer: las – lazen, gaf – gaven, nam – namen, zat – zaten en was – waren. In een open lettergreep is één a genoeg: la-zen, niet laa-zen.

Leer drie vormen samen: lezen – las – lazen en drinken – dronk – dronken. Dan heb je het enkelvoud en het meervoud direct beschikbaar.

Quick check

Try one question now.

1
Ik gisteren naar huis.

Check your answer when you are ready. No sign-in needed.

Andere belangrijke vormen

Sommige vormen veranderen meer dan alleen de klinker.

  • doen → deed / deden
  • zien → zag / zagen
  • staan → stond / stonden
  • weten → wist / wisten
  • kopen → kocht / kochten
  • zoeken → zocht / zochten
  • brengen → bracht / brachten

Ook de modale werkwoorden zijn onregelmatig.

Hele werkwoord Enkelvoud Meervoud
kunnen kon konden
moeten moest moesten
mogen mocht mochten
willen wilde wilden
zullen zou zouden
zeggen zei zeiden

In informeel Nederlands hoor je voor willen ook vaak wou. Schrijf in neutraal Nederlands wilde en wilden; wouden is geen standaardvorm in Nederland.

Woordvolgorde en scheidbare werkwoorden

De onregelmatige vorm staat als persoonsvorm op de gewone plaats in de hoofdzin.

  • Ik zag gisteren een oude vriend.
  • Om acht uur kwam de bus.
  • Waarom ging je zo vroeg weg?
  • Wij wisten het antwoord niet.

Bij een scheidbaar werkwoord verandert het werkwoordelijke deel en staat het eerste deel achteraan.

Hele werkwoord Enkelvoud Meervoud
opstaan ik stond vroeg op wij stonden vroeg op
meenemen zij nam eten mee zij namen eten mee
weggaan hij ging meteen weg zij gingen meteen weg

In een bijzin staat de persoonsvorm achteraan en schrijf je het scheidbare werkwoord weer aaneen: Ik was moe omdat ik zo vroeg opstond.

Zo leer je de vormen

Gebruik een onregelmatig werkwoord in een korte reeks:

  1. Noem het hele werkwoord: komen.
  2. Noem het enkelvoud: kwam.
  3. Noem het meervoud: kwamen.
  4. Maak een zin met een duidelijke verleden tijd: Gisteren kwam mijn tante.
Onderwerp Vorm van komen
ik / jij / u / hij / zij / het kwam
wij / jullie / zij kwamen

Onthoud: een onregelmatige vorm leer je per werkwoord. Controleer daarna alleen nog of het onderwerp enkelvoud of meervoud is.

You reached the end

You reached the end

Now make it stick.

Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.

Practice exercises

Was this lesson helpful?

Vocabulary in this lesson

33 words, ready to study.

Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.

Save any of these 33 words and review them later.

Onregelmatige werkwoorden in het imperfectum

33 words

Last updated October 11, 2026