Question 1
De gasten _____ pas na tien uur.
Options: kwamen, kwam, komden
Kies de juiste onregelmatige vorm in de verleden zin.
Question 1
De gasten _____ pas na tien uur.
Options: kwamen, kwam, komden
Question 2
Noor _____ na de les nog even op school.
Options: blijfde, bleef, bleven
Question 3
Wij _____ vroeger iedere zomer naar Frankrijk.
Options: reed, rijdden, reden
Question 4
Amir _____ de krant bij het ontbijt.
Options: las, leesde, lazen
Question 5
De docenten _____ ons extra tijd.
Options: gaf, gaven, geefden
Question 6
Sara _____ de bus van half negen.
Options: neemde, namen, nam
Question 7
Het kind _____ rustig naast zijn moeder.
Options: zat, zitte, zaten
Question 8
We _____ na de wandeling warme chocolademelk.
Options: dronk, dronken, drinkten
Question 9
Wat _____ u gisteren na het werk?
Options: doete, deden, deed
Question 10
Ik _____ opeens een oude vriend op straat.
Options: zag, zagde, zagen
Question 11
Gisteren _____ Noor een cadeau voor haar broer, _____ ze een boek en _____ ze het naar zijn huis.
Options: zoekte, zocht, zochten, kocht, kochten, koopte, brachten, brengde, bracht
Question 12
Welke reeks modale vormen hoort bij één onderwerp in het verleden? _____
Options: konden, moesten, mochten, kande, moetde, magde, kon, moest, mocht
Question 13
De kinderen _____ gisteren nog niet naar huis.
Options: wilden, wilde, wildden
Question 14
Ik _____ vroeger elke werkdag om zes uur _____.
Options: opstond, stond, sta, aan, mee, op
Question 15
Welke vraag heeft de juiste verleden vorm en woordvolgorde? _____
Options: Waarom je ging zo vroeg weg?, Waarom gingde je zo vroeg weg?, Waarom ging je zo vroeg weg?
Practice Andere vormen en woordvolgorde with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Andere vormen en woordvolgorde in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.