Fill in the blank

Andere vormen en woordvolgorde

Kies de juiste onregelmatige vorm in de verleden zin.

0 / 18 blanks filled0%

Question 1

De gasten _____ pas na tien uur.

Options: kwamen, kwam, komden

Question 2

Noor _____ na de les nog even op school.

Options: blijfde, bleef, bleven

Question 3

Wij _____ vroeger iedere zomer naar Frankrijk.

Options: reed, rijdden, reden

Question 4

Amir _____ de krant bij het ontbijt.

Options: las, leesde, lazen

Question 5

De docenten _____ ons extra tijd.

Options: gaf, gaven, geefden

Question 6

Sara _____ de bus van half negen.

Options: neemde, namen, nam

Question 7

Het kind _____ rustig naast zijn moeder.

Options: zat, zitte, zaten

Question 8

We _____ na de wandeling warme chocolademelk.

Options: dronk, dronken, drinkten

Question 9

Wat _____ u gisteren na het werk?

Options: doete, deden, deed

Question 10

Ik _____ opeens een oude vriend op straat.

Options: zag, zagde, zagen

Question 11

Gisteren _____ Noor een cadeau voor haar broer, _____ ze een boek en _____ ze het naar zijn huis.

Options: zoekte, zocht, zochten, kocht, kochten, koopte, brachten, brengde, bracht

Question 12

Welke reeks modale vormen hoort bij één onderwerp in het verleden? _____

Options: konden, moesten, mochten, kande, moetde, magde, kon, moest, mocht

Question 13

De kinderen _____ gisteren nog niet naar huis.

Options: wilden, wilde, wildden

Question 14

Ik _____ vroeger elke werkdag om zes uur _____.

Options: opstond, stond, sta, aan, mee, op

Question 15

Welke vraag heeft de juiste verleden vorm en woordvolgorde? _____

Options: Waarom je ging zo vroeg weg?, Waarom gingde je zo vroeg weg?, Waarom ging je zo vroeg weg?

Practice Andere vormen en woordvolgorde with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Andere vormen en woordvolgorde in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.