Question 1
Mijn opa _____ vroeger op een boerderij.
Options: leefde, leefte, geleefd
Kies de correct gespelde verleden vorm die bij de context past.
Question 1
Mijn opa _____ vroeger op een boerderij.
Options: leefde, leefte, geleefd
Question 2
Als kind _____ Noor ieder verhaal van haar oma.
Options: geloofte, geloofde, geloofd
Question 3
Wij _____ elke zomer met de trein door Europa.
Options: reisten, reisde, reisden
Question 4
Amir _____ vorig jaar naar een groter huis.
Options: verhuisde, verhuiste, verhuisd
Question 5
Sara _____ lang met haar buurvrouw bij de ingang.
Options: prate, praatte, praatde
Question 6
De kinderen _____ rustig tot hun vader kwam.
Options: wachten, wachtden, wachtten
Question 7
De student _____ beleefd op iedere vraag.
Options: antwoordde, antwoorde, antwoordte
Question 8
Elke zaterdag _____ we in het park.
Options: voetbalten, voetbalden, voetbalde
Question 9
Het _____ toen ik op de bus stond te wachten.
Options: geregend, regent, regende
Question 10
Ik _____ de deur, pakte mijn tas en fietste weg.
Options: opende, heeft geopend, opent
Question 11
Gisteren _____ Mila vanuit huis.
Options: Mila werkte, werkte, heeft gewerkt
Question 12
_____ Noor gisteren op kantoor?
Options: Werkt, Werkte, Heeft gewerkt
Question 13
Amir _____ gisteren niet thuis.
Options: heeft gewerkt, werkt, werkte
Question 14
Ik _____ de keuken schoon toen Noor belde.
Options: maakte, heb schoongemaakt, maak
Question 15
Welk werkwoord is onregelmatig en krijgt hier niet gewoon -te of -de? _____
Options: werken, wonen, lopen
Practice Spelling en gebruik van het imperfectum with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Spelling en gebruik van het imperfectum in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.