Het imperfectum van regelmatige werkwoorden
Leer het imperfectum van regelmatige Nederlandse werkwoorden vormen met -de/-den of -te/-ten en pas de spellingregels toe bij leven en reizen.
Een gebeurtenis of situatie in het verleden
Het imperfectum heet ook de onvoltooid verleden tijd. Je gebruikt het onder andere om een situatie, gewoonte of reeks gebeurtenissen in het verleden te beschrijven.
Vroeger woonde ik naast de school. Elke ochtend wandelde ik naar de les. Onderweg groette ik de bakker.
Bij regelmatige werkwoorden blijft de klinkerklank van de stam gelijk. Je voegt een uitgang met -d- of -t- toe.
Enkelvoud en meervoud
Alle vormen in het enkelvoud zijn gelijk. Alle vormen in het meervoud krijgen een extra -n.
| Onderwerp | werken | wonen |
|---|---|---|
| ik | werkte | woonde |
| jij / je | werkte | woonde |
| u | werkte | woonde |
| hij / zij / het | werkte | woonde |
| wij / we | werkten | woonden |
| jullie | werkten | woonden |
| zij / ze | werkten | woonden |
Het basispatroon is dus:
- enkelvoud: stam + -te of stam + -de
- meervoud: stam + -ten of stam + -den
Kiezen tussen -te en -de
Gebruik 't kofschip om de uitgang te kiezen. Kijk naar de laatste oorspronkelijke medeklinker van de stam.
| Laatste klank | Enkelvoud | Meervoud | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| t, k, f, s, ch, p | -te | -ten | werken → werkte, werkten |
| andere medeklinker | -de | -den | bellen → belde, belden |
| klinker | -de | -den | roeien → roeide, roeiden |
Dezelfde keuze zie je in het voltooid deelwoord: werkte – gewerkt en woonde – gewoond. Een t blijft een t en een d blijft een d.
Een stappenplan
- Controleer of het werkwoord regelmatig is.
- Zoek de stam en kijk naar de laatste oorspronkelijke klank.
- Staat die klank in 't kofschip? Kies -te/-ten. Kies anders -de/-den.
- Kies enkelvoud of meervoud op basis van het onderwerp.
| Hele werkwoord | Stam | Enkelvoud | Meervoud |
|---|---|---|---|
| maken | maak | maakte | maakten |
| fietsen | fiets | fietste | fietsten |
| lachen | lach | lachte | lachten |
| leren | leer | leerde | leerden |
| wonen | woon | woonde | woonden |
| wachten | wacht | wachtte | wachtten |
Quick check
Try one question now.
Check your answer when you are ready. No sign-in needed.
Leven, reizen en dubbele letters
Bij een stam op geschreven f of s moet je soms naar het hele werkwoord kijken. De oorspronkelijke v of z bepaalt dan de uitgang met d.
- leven → leef + de → leefde
- geloven → geloof + de → geloofde
- reizen → reis + de → reisde
- verhuizen → verhuis + de → verhuisde
Wanneer de stam al op t of d eindigt, zie je in het imperfectum twee dezelfde letters:
- praten → praat + te → praatte
- wachten → wacht + te → wachtte
- antwoorden → antwoord + de → antwoordde
Schrijf leefde en reisde, niet leefte en reiste. De v van leven en de z van reizen zijn beslissend.
Wanneer gebruik je het imperfectum?
Het imperfectum past vaak bij:
- een situatie op een moment in het verleden: Het regende en ik wachtte op de bus.
- een gewoonte of herhaling: Elke zaterdag voetbalden we in het park.
- gebeurtenissen in een verhaal: Ik opende de deur, pakte de tas en fietste weg.
Het perfectum kan over hetzelfde verleden spreken, maar legt vaak meer nadruk op het voltooide feit of het resultaat.
Perfectum: Ik heb de keuken schoongemaakt. De taak is klaar.
Imperfectum: Ik maakte de keuken schoon toen Noor belde. De handeling was op dat moment bezig.
Beide tijden kunnen natuurlijk zijn. De context en het verhaal bepalen welk perspectief je kiest.
Plaats in de zin
De vorm in het imperfectum is zelf de persoonsvorm. In een gewone hoofdzin staat hij op de tweede plaats.
| Zinstype | Voorbeeld |
|---|---|
| gewone volgorde | Amir werkte gisteren thuis. |
| met tijd vooraan | Gisteren werkte Amir thuis. |
| ja-neevraag | Werkte Amir gisteren thuis? |
| ontkenning | Amir werkte gisteren niet thuis. |
't Kofschip bepaalt hier alleen -de of -te. Gebruik het niet voor een onregelmatig werkwoord: lopen wordt liep, niet loopte.
Kort samengevat
- Het imperfectum beschrijft een verleden situatie, gewoonte of gebeurtenis.
- Gebruik in het enkelvoud -de/-te en in het meervoud -den/-ten.
- Kies de t-uitgang na een klank uit 't kofschip; kies anders de d-uitgang.
- Kijk bij f/s terug naar het hele werkwoord: leefde, reisde.
- Schrijf dubbele letters wanneer stam en uitgang samenkomen: praatte, antwoordde.
- Onregelmatige vormen zoals liep moet je apart leren.
You reached the end
You reached the endNow make it stick.
Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.
Was this lesson helpful?
Vocabulary in this lesson
16 words, ready to study.
Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.
Save any of these 16 words and review them later.
Regelmatige werkwoorden in het imperfectum
16 wordsLast updated October 11, 2026