Question 1
Bij de receptie zegt Mila voor het eerst: "Er wacht _____ bezoeker voor u." Niemand weet nog welke bezoeker.
Options: de, een, het
Kies het juiste lidwoord. Let op: is de persoon of zaak nieuw of al bekend?
Question 1
Bij de receptie zegt Mila voor het eerst: "Er wacht _____ bezoeker voor u." Niemand weet nog welke bezoeker.
Options: de, een, het
Question 2
Tom heeft nog geen fiets gekozen. Hij zegt: "Ik wil _____ fiets kopen."
Options: een, het, de
Question 3
Lina heeft nog geen adres gekozen. Ze zoekt _____ appartement.
Options: het, een, de
Question 4
Eerst zegt Noor: "Ik zie een vrouw bij de halte." Daarna zegt ze over dezelfde persoon: "_____ vrouw stapt in de bus."
Options: De, Het, Een
Question 5
Er ligt een pakket op tafel. Over hetzelfde pakket zegt Amir: "_____ pakket is voor mijn buurman."
Options: Het, Een, De
Question 6
Aan de telefoon zegt Jo: "Er staat _____ arts bij de deur." Even later zegt Jo over dezelfde persoon: "_____ arts komt nu binnen."
Options: de, het, een, Het, De, Een
Question 7
In een kast vindt Sem een oud boek. Over hetzelfde boek zegt hij: "_____ boek heeft een blauwe kaft."
Options: Het, De, Een
Question 8
Aya vertelt voor het eerst over haar aankoop en niemand weet nog welk cadeau ze bedoelt: "Ik heb _____ cadeau voor mijn broer."
Options: een, het, de
Question 9
Ik leg een sleutel naast de lamp. Als ik daarna over dezelfde sleutel praat, zeg ik: "Ik pak _____ sleutel weer op."
Options: het, de, een
Question 10
Iris vult een glas met sap en zet hetzelfde glas in de koelkast. "_____ glas staat nu naast de yoghurt," zegt ze.
Options: een, de, het
Question 11
Bij de balie vraag je om iets om mee te schrijven; het maakt niet uit welk exemplaar: "Hebt u _____ pen voor mij?"
Options: de, een, het
Question 12
De groep ziet voor het eerst iemand bij het hek: "Daar staat _____ kind op zijn vader te wachten."
Options: een, het, de
Question 13
De groep loopt door een onbekende straat en ziet daar voor het eerst _____ gebouw. Over hetzelfde gebouw zegt de gids: "_____ gebouw is pas geopend."
Options: het, een, de, Een, De, Het
Question 14
Voor een lege kamer kiest Sam _____ tafel en _____ bed; hij heeft nog geen bepaald model op het oog.
Options: de, het, een
Question 15
Welke zin introduceert voor het eerst een onbekende buurvrouw, zonder nadruk op het aantal? _____
Options: De buurvrouw staat voor de deur., Er staat één buurvrouw, niet twee, voor de deur., Er staat een buurvrouw voor de deur.
Practice Nieuwe mensen en dingen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Nieuwe mensen en dingen in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.