Fill in the blank

Hebben met een voltooid deelwoord

Kies de juiste vorm van hebben of het passende voltooide deelwoord.

0 / 16 blanks filled0%

Question 1

Ik _____ vandaag thuis gewerkt.

Options: heb, hebt, heeft

Question 2

_____ jij een lekkere soep gemaakt?

Options: Heeft, Heb, Hebt

Question 3

U _____ het formulier goed ingevuld.

Options: hebben, heb, heeft

Question 4

Noor _____ haar moeder gebeld.

Options: heeft, heb, hebben

Question 5

De docent weet dat wij samen voor de toets _____.

Options: hebben leerde, hebben geleerd, heeft geleerd

Question 6

De kinderen _____ buiten gespeeld.

Options: heeft, hebt, hebben

Question 7

Jullie _____ de keuken nog niet schoongemaakt.

Options: hebben, heeft, hebt

Question 8

Na de lunch hebben we nog twee uur _____.

Options: gewerkd, gewerkt, werken

Question 9

Mila heeft een kaart voor haar oma _____.

Options: gemaakd, maken, gemaakt

Question 10

We hebben een uur door het park _____.

Options: gefietst, gefietsd, fietsen

Question 11

Sara heeft haar broer vanmorgen _____.

Options: gebelt, gebeld, bellen

Question 12

De cursisten hebben veel nieuwe woorden _____.

Options: geleert, leren, geleerd

Question 13

Ik heb vijf jaar in Utrecht _____.

Options: gewoond, gewoont, wonen

Question 14

We _____ gisteren thuis _____.

Options: heeft, hebben, hebt, werken, gewerkd, gewerkt

Question 15

Ik heb een taart voor het feest _____.

Options: bakken, bakte, gebakken

Practice Hebben met een voltooid deelwoord with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Hebben met een voltooid deelwoord in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.