Question 1
Ik heb gisteren weinig tijd _____.
Options: gehad, gehebt, hebben
Kies de vorm die het afgeronde resultaat of de activiteit correct uitdrukt.
Question 1
Ik heb gisteren weinig tijd _____.
Options: gehad, gehebt, hebben
Question 2
Wat hebben jullie na school _____?
Options: doen, gedaan, deden
Question 3
Noor heeft die nieuwe film al _____.
Options: zag, zien, gezien
Question 4
We hebben het korte bericht samen _____.
Options: gelezen, lezen, las
Question 5
Amir heeft een e-mail aan zijn docent _____.
Options: schreef, geschreven, schrijven
Question 6
Mila heeft op de markt verse appels _____.
Options: kocht, kopen, gekocht
Question 7
Ik heb mijn oma vanavond _____.
Options: opgebeld, geopbeld, opgebelt
Question 8
De leerlingen hebben hun project _____.
Options: geafmaakt, afgemaakt, afgemaakd
Question 9
U heeft de rekening al _____.
Options: gebetaald, betaalt, betaald
Question 10
De politie heeft snel de oorzaak _____.
Options: ontdekt, geontdekt, ontdekd
Question 11
Mijn broer heeft ons het nieuws _____.
Options: geverteld, verteld, vertelt
Question 12
Wij _____ twee uur _____.
Options: heeft, hebt, hebben, fietsen, gefietst, gefietsd
Question 13
Sara _____ een bord pasta _____.
Options: heeft, is, hebben, eten, at, gegeten
Question 14
_____ jij de deur al gesloten?
Options: Heeft, Heb, Hebt
Question 15
Ik heb de nieuwe aflevering nog _____ gezien.
Options: geen, niets, niet
Practice Resultaten, activiteiten en vragen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Resultaten, activiteiten en vragen in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.