Build the sentence

Bouw het perfectum met hebben

Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.

0 / 10 sentences built0%

Question 1

Bouw de zin: _____

Options: Ik heb de afwas gedaan., heeft, gedoet.

Question 2

Bouw de zin: _____

Options: heb, Gisteren heeft Noor een brief geschreven., geschrijft

Question 3

Bouw de zin: _____

Options: heeft, schoongemaakd., Wij hebben de keuken schoongemaakt.

Question 4

Bouw de zin met een bijzin: _____

Options: Ik denk dat jullie het hebben gezien., heeft, geziened.

Question 5

Bouw de zin: _____

Options: heb, Amir heeft mij opgebeld., geopbeld.

Question 6

Bouw de zin: _____

Options: heb, gebetaald., U heeft de rekening betaald.

Question 7

Bouw de zin: _____

Options: De leerlingen hebben een fout ontdekt., heeft, geontdekt.

Question 8

Bouw de ja-neevraag: _____

Options: Hebt, Heb jij de deur gesloten?, gesluit?

Question 9

De film is al genoemd. Bouw de ontkennende zin: _____

Options: heeft, zien, Ik heb hem nog niet gezien.

Question 10

Het gaat om de duur van een activiteit, niet om een bestemming. Bouw de zin: _____

Options: Wij hebben een uur gefietst., hebt, gefietsd.

Practice Bouw het perfectum met hebben with this interactive sentence-building exercise of 10 questions. Tap the words into the correct order to build each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every sentence.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Bouw het perfectum met hebben in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.