Question 1
Bouw de zin: _____
Options: Ik heb de afwas gedaan., heeft, gedoet.
Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.
Question 1
Bouw de zin: _____
Options: Ik heb de afwas gedaan., heeft, gedoet.
Question 2
Bouw de zin: _____
Options: heb, Gisteren heeft Noor een brief geschreven., geschrijft
Question 3
Bouw de zin: _____
Options: heeft, schoongemaakd., Wij hebben de keuken schoongemaakt.
Question 4
Bouw de zin met een bijzin: _____
Options: Ik denk dat jullie het hebben gezien., heeft, geziened.
Question 5
Bouw de zin: _____
Options: heb, Amir heeft mij opgebeld., geopbeld.
Question 6
Bouw de zin: _____
Options: heb, gebetaald., U heeft de rekening betaald.
Question 7
Bouw de zin: _____
Options: De leerlingen hebben een fout ontdekt., heeft, geontdekt.
Question 8
Bouw de ja-neevraag: _____
Options: Hebt, Heb jij de deur gesloten?, gesluit?
Question 9
De film is al genoemd. Bouw de ontkennende zin: _____
Options: heeft, zien, Ik heb hem nog niet gezien.
Question 10
Het gaat om de duur van een activiteit, niet om een bestemming. Bouw de zin: _____
Options: Wij hebben een uur gefietst., hebt, gefietsd.
Practice Bouw het perfectum met hebben with this interactive sentence-building exercise of 10 questions. Tap the words into the correct order to build each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every sentence.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Bouw het perfectum met hebben in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.