Fill in the blank

Zijn bij beweging en verandering

Kies de juiste vorm van zijn of het passende voltooide deelwoord.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Ik _____ naar het station gegaan.

Options: ben, bent, is

Question 2

Jij _____ op tijd aangekomen.

Options: ben, bent, is

Question 3

U _____ vroeg naar huis vertrokken.

Options: is, zijn, bent

Question 4

Noor _____ naar Amsterdam verhuisd.

Options: is, ben, zijn

Question 5

Wij _____ om zeven uur vertrokken.

Options: bent, zijn, is

Question 6

De gasten _____ met de trein gekomen.

Options: is, bent, zijn

Question 7

Na het eten ben ik direct naar huis _____.

Options: gegaan, gegaad, gaan

Question 8

Mijn broer is gisteren uit België _____.

Options: komen, gekomen, gekomt

Question 9

De trein is precies om acht uur _____.

Options: gevertrokken, vertrekken, vertrokken

Question 10

We zijn na een lange reis veilig _____.

Options: aangekomen, geaankomen, aankomen

Question 11

Mila is vorige maand naar Utrecht _____.

Options: verhuist, verhuisd, geverhuisd

Question 12

Het kind is op het natte pad _____.

Options: gevald, vallen, gevallen

Question 13

Mijn zus is vorig jaar arts _____.

Options: geworden, gewordt, worden

Question 14

De plant is in een maand tien centimeter _____.

Options: groeide, gegroeid, groeien

Question 15

De vergadering is om negen uur _____.

Options: gebegonnen, beginnen, begonnen

Practice Zijn bij beweging en verandering with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Zijn bij beweging en verandering in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.