Question 1
Toen ik om zeven uur bij het magazijn aankwam, _____ de nachtwaker al _____.
Options: was, is, had, vertrekt, vertrokken, vertrok
Kies de vorm die de eerdere gebeurtenis en het latere verleden moment helder ordent.
Question 1
Toen ik om zeven uur bij het magazijn aankwam, _____ de nachtwaker al _____.
Options: was, is, had, vertrekt, vertrokken, vertrok
Question 2
Toen de film begon, _____ wij onze plaatsen al _____.
Options: hebben, hadden, waren, vonden, vinden, gevonden
Question 3
De gasten waren niet meer in de zaal; ze _____ al naar huis _____.
Options: hadden, zijn, waren, gegaan, gaan, gingen
Question 4
Sam kwam te laat, omdat zijn wekker niet _____.
Options: was afgegaan, is afgegaan, ging af
Question 5
Hij wachtte op de volgende bus, want hij _____ de eerste bus _____.
Options: heeft, had, was, miste, gemist, missen
Question 6
Nadat de boekhouder de facturen _____, begon de lunchpauze.
Options: heeft gecontroleerd, controleerde, had gecontroleerd
Question 7
De fietsers vertrokken nadat de harde wind _____.
Options: was gaan liggen, is gaan liggen, ging liggen
Question 8
Voordat de gasten binnenkwamen, _____ Mila de soep al _____.
Options: heeft, had, was, bereidde, bereiden, bereid
Question 9
Ik _____ de bevestiging al _____ voordat het overleg begon.
Options: heb, stuurde, had, verstuurd, versturen
Question 10
Toen de manager binnenkwam, _____ de printer nog; het rapport was dus nog niet klaar.
Options: draaide, had gedraaid, heeft gedraaid
Question 11
Toen de manager binnenkwam, _____ de printer het rapport al _____; het lag op zijn bureau.
Options: heeft, had, was, drukte af, afgedrukt, afdrukken
Question 12
Vanuit het heden meldt Sam alleen het afgeronde feit: Ik _____ voor iedereen _____.
Options: had, was, heb, kookte, koken, gekookt
Question 13
De veerboot _____ net _____ toen wij de haven bereikten.
Options: was, is, had, vertrokken, vertrekt, vertrok
Question 14
Bij de controle bleek dat wij deze fout nog niet _____.
Options: hebben ontdekt, hadden ontdekt, ontdekten
Question 15
Na de korte terugblik gaat de verhaallijn verder: Sam _____ zijn excuses aan en ging naar binnen.
Options: heeft aangeboden, had aangeboden, bood
Practice Eerder dan het verleden with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Eerder dan het verleden in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.